<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<rss version="2.0"
    xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
    xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
    xmlns:admin="http://webns.net/mvcb/"
    xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#"
    xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/">

    <channel>
    
    <title>blog</title>
    <link>http://www.micheldoomst.be/index.php</link>
    <description></description>
    <dc:language>nl</dc:language>
    <dc:creator>info@micheldoomst.be</dc:creator>
    <dc:rights>Copyright 2010</dc:rights>
    <dc:date>2010-08-01T08:10:36+00:00</dc:date>
    <admin:generatorAgent rdf:resource="http://expressionengine.com/" />
    

    <item>
      <title>Tussendoor&#8230;.</title>
      <link>http://www.micheldoomst.be/index.php/md/blog_commentaar/tussendoor/</link>
      <guid>http://www.micheldoomst.be/index.php/md/blog_commentaar/tussendoor/#When:Sunday 01 August 2010</guid>
      <description>Op 13 juni kwam er een einde aan mijn parlementair mandaat. Hopelijk kan ik de draad snel weer opnemen. Intussen blijven uw reacties meer dan welkom.

Dank voor uw begrip.</description>
      <dc:subject></dc:subject>
      <dc:date>Sunday 01 August 2010</dc:date>
    </item>

    <item>
      <title>Nood aan Copernicaanse revolutie</title>
      <link>http://www.micheldoomst.be/index.php/md/blog_commentaar/nood_aan_copernicaanse_revolutie/</link>
      <guid>http://www.micheldoomst.be/index.php/md/blog_commentaar/nood_aan_copernicaanse_revolutie/#When:Tuesday 27 April 2010</guid>
      <description>Zullen verkiezingen veranderingen brengen, zullen verkiezingen de zaken in beweging zetten, zullen verkiezingen oplossingen bieden? 

De liberalen zeggen dat verkiezingen goed zijn. Het biedt perspectief, want zo kan er de volgende vier jaar gewerkt worden zonder verkiezingsdruk. BHV kan geplaatst worden in een groter geheel, zodat gemakkelijker een consensus kan worden gevonden. Wanneer hen het dreigement wordt voorgelegd van hun Waalse broeders dat zij de Grondwet niet voor herziening zullen vatbaar stellen, weerklinkt hun hoongelach dat dergelijke herziening niet per se nodig is voor grote hervormingen. De regering is nog maar amper gevallen, maar de zever wordt reeds als zoete broodjes in mooie pakjes verpakt. De campagne van de liberalen is al lang begonnen. 

Het is spijtig want we moeten door een steeds zuurder wordende appel heen bijten. We moeten alle grondwetsartikelen voor herziening vatbaar stellen, we moeten vandaag alle mogelijkheden openstellen, want de afgelopen drie jaar hebben één ding duidelijk aangetoond: de limieten van onze huidige instellingen zijn meer dan bereikt, een verregaande hervorming dringt zich op. Ons land kan in deze structuur niet verder, de visies liggen te ver uiteen. Niemand kan dit nog langer negeren.

We moeten werk maken van een confederale staat, een staat waar de klemtoon op de deelstaten ligt, de ‘Copernicaanse revolutie’ doorvoeren waar we het al zo lang over hebben. De huidige generatie politici moeten durven aantonen dat ze niet allemaal failliet zijn, zoals diverse media de voorbije dagen verkondigden. De plannen zijn er, de architecten zijn klaar, nu is het wachten tot de aannemers zich aandienen. 

De verkiezingen zullen het politieke landschap versnipperen als nooit tevoren. Het is daarom belangrijk een duidelijk doel voor ogen te stellen van hetgeen we nadien willen bereiken. We moeten sowieso samenwerken.</description>
      <dc:subject></dc:subject>
      <dc:date>Tuesday 27 April 2010</dc:date>
    </item>

    <item>
      <title>The day after&#8230;</title>
      <link>http://www.micheldoomst.be/index.php/md/blog_commentaar/the_day_after/</link>
      <guid>http://www.micheldoomst.be/index.php/md/blog_commentaar/the_day_after/#When:Friday 23 April 2010</guid>
      <description>Ware chaos was het gisteren in de wandelgangen van het Parlement. Om de haverklap keerde de wind, meestal ook aangewakkerd tot een aantal vlagen, tot het op een plots moment complete windstilte was. De adrenaline die bij velen door het bloed stroomde, sijpelde tegen de avond door een paar woorden van de Kamervoorzitter volledig weg. 

“The day after” staan de kranten vol van analyses en prognoses en proberen we de gebeurtenissen op een rijtje te zetten. Soms sijpelt er een nieuw bericht binnen; Di Rupo wil geen deadline meer en Reynders vraagt zich letterlijk af hoe we nog kunnen samenleven in dit land.

Deze vraag stel ik me al jaren. Het congres van CD&amp;amp;V gaf in het begin van deze eeuw, bijna tien jaar geleden reeds een antwoord op deze vraag. Wij streven al lang naar het confederale model, waarbij het accent komt te liggen bij de deelstaten, maar de Franstaligen willen niet mee. 

Reynders roept de Vlaamse politici op te zeggen welke structuur ze willen. Het antwoord is al lang overgemaakt. Graag herinner ik Reynders ook aan de gemeenschapsdialoog van iets meer dan een jaar geleden. (zie ook) De woorden van onze Vlaamse Minister&#45;President waren blijkbaar louter gebakken lucht. 

Het mag duidelijk zijn dat bepaalde Franstalige politici geen enkele vooruitgang willen boeken en enkel stilstand beogen. Hun drijfsfeer kan ik me in de verste verte niet voor de geest halen, maar hun halsstarrige houding leidt tot het huidige verval. Hun politiek van onwil en onwetendheid is de oorzaak van de hedendaagse politieke crisis. Wij, Vlamingen, willen vooruit en gisteren heb ik dezelfde boodschap gehoord bij vele Franstalige collega’s.&amp;nbsp; 

Maandenlang polste Dehaene bij de verschillende politieke partijen, wikte en woog wat kon en niet kon. Hij schaafde de hoekjes af en deed bij iedereen water bij de wijn. Begin deze week was het moment gekomen, iedereen was klaar. Hij legde zijn voorstel op tafel en prompt werd hij bestempeld als Vlaamse onderhandelaar, als CD&amp;amp;V&#45;er, als leider van de Vlaamse onderhandelaars. De Franstaligen zouden ook hun eisen op tafel leggen.

Geloofden die Franstaligen dan wat Dehaene op tafel had gelegd, de eisenbundel was van de Vlamingen? Neen, Dehaene had de afgelopen maanden een gulden middenweg gezocht, herinner je het u? Het Vlaamse uitgangspunt kan je lezen in de wetsvoorstellen. De redelijkheid is soms ver te zoeken !</description>
      <dc:subject></dc:subject>
      <dc:date>Friday 23 April 2010</dc:date>
    </item>

    <item>
      <title>Een beetje geschiedenis</title>
      <link>http://www.micheldoomst.be/index.php/md/blog_commentaar/een_beetje_geschiedenis/</link>
      <guid>http://www.micheldoomst.be/index.php/md/blog_commentaar/een_beetje_geschiedenis/#When:Friday 16 April 2010</guid>
      <description>Brussel / Halle – Vilvoorde

Bijna een halve eeuw geleden, daar wordt de oorsprong gesitueerd van de huidige controverse. Achter gesloten deuren van het kasteel van Hertoginnedal stond de complexe problematiek van de “Rand” op de agenda. Uiteindelijk werd het taalfaciliteitenstelsel in zes gemeenten ingevoerd. Het territorialiteitsbeginsel werd benadrukt, de taalgrens werd definitief vastgelegd en België werd ingedeeld in vier taalgebieden. De zes vormden een apart arrondissement tot en met 1970. 

De zomermaanden van 1977 – 1978 werden politiek opnieuw zeer warm gemaakt door de problematiek van de Rand. De besprekingen resulteerden in het Egmont&#45;Stuyvenbergakkoord. Franstalige inwoners van de zes kregen de kans om in Brussel hun stem uit te brengen. Hun politiek statuut werd parallel getrokken met dat van de Vlamingen in Brussel. De Raad van State bestempelde een aantal punten van het akkoord als ongrondwettelijk en uiteindelijk viel de regering. Van een akkoord was geen sprake meer.

Cruciaal was de Pacificatiewet van 1988, waarbij niet enkel het bijzondere statuut van de faciliteitengemeenten werd benadrukt, maar ook een aantal unieke bepalingen voor de gemeenten werden ingevoerd, waaronder het “onweerlegbaar vermoeden van taalkennis”. Bij het ontwerp werd vanalles en nog wat onderzocht, zo onder meer de oprichting van een college van voogdijbevoegdheden van de negen gouverneurs en de vice&#45;gouverneur van Brabant. Uiteindelijk ontaarde het parlementaire debat eerder in persoonlijke twisten of politiek gekleurde tirades. Het feit dat de faciliteiten gebetonneerd werden kwam er nauwelijks aan bod. In de media werd er wel gereageerd: “Onze regering heeft deze zes op het altaar der verzoening opgeofferd.” Toch wordt algemeen aangenomen dat de Pacificatiewet, ondanks de vaak weinig positieve reacties, een stabiliteit wist te brengen in de faciliteitengemeenten. 

De kieskring BHV was evenwel nog steeds niet gesplitst. De volgende stap daartoe werd vier jaar later gezet. Als onderdeel van een tienpuntenprogramma was de splitsing van het kiesarrondissement in 1992 samen onderwerp met de splitsing van de provincie Brabant. Uiteindelijk werd niet het kiesarrondissement, maar wel de provincie gesplitst. Het mocht duidelijk zijn, het zou niet voor de komende jaren zijn. 

De paarsgroene regering zou verder hervormen met de zogenaamde Lambermontakkoorden. Er werd overeengekomen dat de gewesten bevoegd zouden worden voor de regels met betrekking tot de gemeentelijke en provinciale instellingen, maar de bepalingen van de pacificatiewet met de waarborgen voor franstaligen bleven federaal. De provinciale kieskringen werden ingevoerd, op B/HV en Leuven na. Het arbitragehof oordeelde dat deze regeling ongrondwettelijk is en dat hier iets aan gedaan moest worden. De strijd voor de splitsing werd opgevoerd. In 2005 was er bijna een akkoord, in 2007 werd het wetsvoorstel tot splitsing ingediend en gestemd in de Kamercommissie Binnenlandse Zaken. 

De komende etmalen, bijna vier belangenconflicten later, wordt een paasei verwacht. Wat zal de inhoud zijn, hoe zal het verpakt zijn, hoe heeft de haan het bevrucht?</description>
      <dc:subject></dc:subject>
      <dc:date>Friday 16 April 2010</dc:date>
    </item>

    <item>
      <title>Het recht geraadpleegd te worden, het recht te waarschuwen…</title>
      <link>http://www.micheldoomst.be/index.php/md/blog_commentaar/het_recht_geraadpleegd_te_worden_het_recht_te_waarschuwen/</link>
      <guid>http://www.micheldoomst.be/index.php/md/blog_commentaar/het_recht_geraadpleegd_te_worden_het_recht_te_waarschuwen/#When:Monday 12 April 2010</guid>
      <description>En het recht aan te moedigen. Dat waren de drie rechten die volgens de negentiende eeuwse Britse journalist nog toekwamen aan een moderne constitutionele monarch, die misschien wel nog mocht heersen, maar niet mocht regeren. Wie de recente heisa omtrent de informele contacten tussen gemeentebesturen in Vlaams&#45;Brabant en projectontwikkelaars wat volgt, krijgt de indruk dat aan democratisch verkozen lokale besturen niet langer wordt toegestaan wat een evidentie is voor erfelijke staatshoofden…

Sterker nog, wat wezenlijk een maatregel van gezond beleid is, wordt meteen in de sfeer van het juridische getrokken. Er zou geen rechtsgrond bestaan voor dergelijke informele contacten, dus zouden ze onwettig zijn. Toegegeven, we wisten dat de juridisering van onze samenleving ver was doorgedrongen – maar schiet ze nu niet een beetje door ?

Om die vraag zinvol te beantwoorden, moeten we in eerste instantie nagaan wat dergelijke informele contacten wel en niet kunnen inhouden. In alle duidelijkheid: geen enkele macht ter wereld, en zeker geen gemeentebestuur, kan een eigenaar verbieden zijn grond of woning te verkopen aan wie hij wil, behalve als er een rechtsgrond is om dat te verbieden. Zo’n rechtsgrond kan te vinden zijn in een of ander voorkooprecht of in het decreet grond&#45; en pandenbeleid, maar dat is hier niet aan de orde. Wel moet het ons van het hart dat uiteindelijk een decreet als grond&#45; en pandenbeleid (ook bekend als “wonen in eigen streek”), tien keer zwaarder weegt dan informeel overleg tussen een gemeentebestuur en een verkavelaar.

Als zo’n rechtsgrond ontbreekt, kan de gemeente geen bindende beslissingen nemen. Ze kan wel laten merken dat ze bepaalde oplossingen maatschappelijk wenselijker vindt dan andere – en dat gebeurt ook. Vergelijk het met het goedkeuren van een resolutie door een gemeenteraad of een parlement. Strikt genomen heeft de gemeenteraad van Brussel geen enkele bevoegdheid om zich solidair te verklaren met het Tibetaanse volk, en is het Vlaams Parlement volkomen onbevoegd om zich uit te spreken over zijn visie op de verdere evolutie van de staatsstructuur. Door hierover uitspraak te doen in het kader van een instrument dat geen enkel rechtsgevolg heeft, kan er toch worden duidelijk gemaakt wat de gemeenteraad of het parlement wenselijk vindt.

Bij de informele contacten met promotoren is dat niet anders. Zonder ter zake een formele bevoegdheid te hebben, kan een gemeentebestuur toch voorkeuren laten kennen, zij het dat deze niet afdwingbaar zijn. Dat lijkt ons niet meer dan correct voor een gemeentebestuur, dat niet alleen een fabriek van juridische documenten, maar ook een politiek bestuur is.

In die zin loopt de redenering van een aantal rechtsprofessoren, als zou een Vlaams decreet dat dergelijke informele contacten zou verankeren, vatbaar zijn voor vernietiging door het Grondwettelijk Hof, ook mank. Niet alleen vertoont de regeling, zoals hierboven al aangetoond, meer gelijkenis met een resolutie dan met een decreet, en resoluties kan het Grondwettelijk Hof niet eens vernietigen, net omdat ze geen afdwingbare gevolgen hebben. Daarenboven hangt alles ervan af hoe zo’n decreet eruit zou zien. Als het inderdaad enkel oplegt dat verkavelaars met het gemeentebestuur van gedachten zouden wisselen over de maatschappelijk wenselijke samenstelling van de bevolking van een nieuwe verkaveling, zonder dat dit tot enig vetorecht leidt, dan maken we ons sterk dat het Grondwettelijk Hof met zo’n decreet hetzelfde zou doen als met de Vlaamse Wooncode: het ongemoeid laten.


Mensen die een wantrouwige aard hebben – en soms is dat niet eens ongezond – zullen allicht zeggen dat een gemeentebestuur misschien niet direct gevolgen kan verbinden aan informele afspraken, maar wel indirect. In mensentaal: een verkavelaar die verkoopt aan kopers die volgens het gemeentebestuur niet geneigd zijn zich in de gemeente te integreren, zal een volgende keer weinig kans maken om zijn project goedgekeurd te zien. Wie zo redeneert, vergeet echter dat het gemeentebestuur enkel in eerste instantie oordeelt over verkavelingsvergunningen, en onmogelijk een weigering kan baseren op het niet naleven van informele engagementen. Zo’n weigering zou kennelijk onwettig zijn, en zonder enige twijfel worden afgestraft wanneer de verkavelaar beroep aantekent bij een hogere instantie. Of anders gezegd: zelfs als een gemeente op onwettige wijze gevolgen zou willen verbinden aan informele afspraken, dan zou ze dat niet eens kunnen.

Ook het bezwaar als zou de werkwijze van de Brabantse gemeenten strijdig zijn met de privacywetgeving houdt geen steek. Er wordt immers niet over identiteit van mensen gesproken, er wordt met de verkavelaars overlegd over profielen en niet over concrete mensen geoordeeld.

Het is trouwens een beetje ironisch dat in een tijd waarin de maatschappelijke verantwoordelijkheid van ondernemingen een algemeen aanvaard begrip geworden is, de maatschappelijke verantwoordelijkheid van verkavelaars, projectontwikkelaars en promotoren blijkbaar taboe is. Wie in een gemeente bijkomende woongelegenheden schept, speelt een belangrijke en positieve rol in het leven van die gemeente, maar moet er ook rekening mee houden dat een plotse en massale instroom van nieuwe bewoners, die niet noodzakelijk geneigd zijn zich in te passen in het leven van een gemeente, voor moeilijkheden kan zorgen. 

Het is de taak van een gemeentebestuur dergelijke moeilijkheden waar mogelijk te vermijden, minstens in goede banen te leiden. Niet door “woonverboden” in te stellen, wel door te waarschuwen dat bepaalde evoluties misschien niet zo positief zijn. En het gemeentebestuur doet dat bij voorkeur vooraf, zodat er nog kan worden bijgestuurd. De verantwoordelijkheid of al dan niet bijgestuurd kan worden, ligt dan bij de verkavelaar. Als er potten worden gebroken, is het aan het gemeentebestuur om die achteraf te lijmen. Kan men ze dan kwalijk nemen dat een gemeentebestuur liever voorkomt dan te genezen ?

Zeker, elke gemeente heeft zowat een eigen werkwijze in deze sfeer. Sommige gemeentebesturen in onze streek vinden het niet wenselijk om informele contacten van deze soort te onderhouden. Dat is hun goed recht, uiteindelijk kennen zij de situatie in de eigen gemeente het best. Maar zou het geen goede zaak zijn dat we onder Vlamingen ophouden met de neiging om de eigen werkwijze als alleenzaligmakend te beschouwen ? Zeker als die neiging sterk doet denken aan een poging om de aandacht af te leiden van de eigen bedenksels. De manier waarop voormalig minister Keulen “zijn” Wooncode voorstelt als de enige manier om taalvoorwaarden inzake wonen in te stellen, heeft daarbij iets tegenstrijdigs – zeker als dat moet leiden tot aanvallen op besturen die dergelijke voorwaarden niet eens opleggen.&amp;nbsp;</description>
      <dc:subject></dc:subject>
      <dc:date>Monday 12 April 2010</dc:date>
    </item>

    <item>
      <title>Asiel en regularisatie</title>
      <link>http://www.micheldoomst.be/index.php/md/blog_commentaar/asiel_en_regularisatie/</link>
      <guid>http://www.micheldoomst.be/index.php/md/blog_commentaar/asiel_en_regularisatie/#When:Friday 26 March 2010</guid>
      <description>Het asiel&#45; en migratiebeleid is een kluwen geworden, waar een kat haar eigen jongeren niet meer in vindt. Termen, benamingen en procedures worden door elkaar gehaald, zonder de juiste gang van zaken goed te vatten.

Zo mag het aanvragen van asiel in ons land niet over dezelfde kam worden geschoren als de regularisatie, laat staan de regularisatie&#45;instructie die vorig jarig werd uitgevaardigd. Gisteren, tijdens de plenaire vergadering in de Kamer, verstopte Wathelet zich achter de internationale regels, die ons verplichten rekening te houden met alle facetten bij een asielaanvraag, maar geldt dit ook voor een regularisatie?

De staatssecretaris verstopte zich gisteren dus achter de verkeerde boom en dan nog…. De bladeren aan die boom zijn volgens mij vorige herfst niet afgevallen.

Artikel 13, §2bis en §3 van de vreemdelingenwet bepaalt duidelijk dat een einde aan het verblijf in ons land kan gesteld worden indien er valse informatie, valse documenten of fraude is gepleegd. De staatssecretaris heeft vroeger ook reeds meegedeeld dat die fraude van doorslaggevend belang is voor het al dan niet bekomen van een verblijfsvergunning. Wordt de fraude vastgesteld, dan krijgt de betrokkene het bevel om het grondgebied te verlaten. Deze woorden sprak de staatssecretaris in november vorig jaar uit. 

Het woordje fraude vinden we ook terug in artikel 57, dat bepaalt dat het CGVS de status van vluchteling kan intrekken op basis van valse verklaringen of fraude. Dit kan evenwel aangevochten worden voor de Raad van Vreemdelingenbetwistingen (RVV). Tot vorig jaar werd dit beroep sowieso geweigerd, maar recente cassatiearresten van de Raad van State (nr. 191/585 en 191/586) laten dit wel toe. 

Als de staatssecretaris de vergelijking wil doortrekken dan lijkt het me duidelijk dat wanneer er vastgesteld wordt dat er fraude is, er geen rekening meer kan en moet gehouden worden met andere elementen (duurzame verankering, …)

Van in het begin liep het reeds fout en waren er signalen van slechte informatie en fraude. Aanvankelijk klaagden de steden en gemeenten over zeer gebrekkige informatie die hen omtrent de procedure werd meegedeeld en al snel kwamen er andere zaken aan het licht. (Tand)artsen werden geconsulteerd en onder druk gezet om een attest af te leveren, waaruit zou blijken dat hun patiënt reeds langdurig in het land verbleef. In antwoord op een mondelinge vraag antwoordde de staatssecretaris me dat hij daar niet in kon tussenkomen. Een week later kwamen er verschillende meldingen, met het OCMW van Antwerpen op kop, dat bepaalde winkels valse arbeidscontracten afleverden, zonder dat de personen in kwestie daar één minuut gewerkt hadden. Zoals gewoonlijk werden de paraplu’s onmiddellijk geopend en verwees de staatssecretaris naar de gemeentebesturen, die als taak hebben om vermoedens en feiten van documentfraude zonder verwijl aan DVZ te melden. Naar deze cijfers ben ik ook wel eens benieuwd. Gisteren werd gezwaaid met de 1800 dossiers die DVZ naar het parket heeft gestuurd, maar hoeveel vermoedens werden werkelijk aan DVZ overgemaakt? 
Tot overmaat werd de procedure begin december vernietigd door de Raad van State. De instructienota met criteria, die de regularisatie mogelijk maakte, was van de hand de regering, terwijl eigenlijk het parlement bevoegd was. Wathelet loste dit simpel op via zijn discretionaire bevoegdheid, zodat hij over elke aanvraag zelf beslist. Het wordt hoog tijd dat ook hier een onafhankelijke commissie wordt opgericht die oordeelt over de aanvragen voor regularisatie.

Misschien tot slot nog enkele cijfers. Vorig jaar werden er meer dan 17.000 asielaanvragen ingediend, in bijna 10.000 dossiers werd een beslissing genomen, een kwart van deze verwerkte aanvragen werd positief beantwoord.

Personen die in het verleden een negatief antwoord kregen of nog nooit een asielaanvraag indienden, konden vorig jaar genieten van de regularisatie&#45;instructie van Wathelet. Meer dan 27.000 aanvragen werden ingediend.</description>
      <dc:subject></dc:subject>
      <dc:date>Friday 26 March 2010</dc:date>
    </item>

    <item>
      <title>Extra geld voor brandweer ok, maar waar wil men met hervorming heen?</title>
      <link>http://www.micheldoomst.be/index.php/md/blog_commentaar/extra_geld_voor_brandweer_ok_maar_waar_wil_men_met_hervorming_heen/</link>
      <guid>http://www.micheldoomst.be/index.php/md/blog_commentaar/extra_geld_voor_brandweer_ok_maar_waar_wil_men_met_hervorming_heen/#When:Monday 22 March 2010</guid>
      <description>Wij zijn uiteraard tevreden met de extra middelen die het kernkabinet gisteravond vrijmaakte, maar toch blijven een aantal vragen hangen. Hoe zullen de middelen juist besteed worden en waar wil de minister met de hervorming naartoe?

De minister had aangekondigd dat de bijkomende middelen zouden gebaseerd zijn op de inventarisatie van de task forces. Wij zijn dan ook benieuwd naar de conclusies die uit de rapporten kunnen getrokken worden, vooral inzake de inspanningen die per zone moeten geleverd worden om met de hervorming te starten.&amp;nbsp; Verder stellen we ons ook de vraag wanneer de operationele prezones (allemaal tesamen) eindelijk van start kunnen gaan.

Hoewel de minister met extra middelen over de brug komt, is het ook nog niet duidelijk welke verplichtingen aan de zones zullen worden opgelegd om aan een minimale norm van risicobeheer te voldoen, met andere woorden, welke inspanningen zullen de zones zelf moeten doen om tot het gewenste niveau te komen. Wat met de gemeenten die in het verleden te weinig inspanningen hebben gedaan? Hier vragen wij dat er bepaalde garanties worden ingebouwd.

Tenslotte zijn we wel tevreden met de uitspraken van de minister omtrent het behoud van de verhouding beroepsbrandweerlui en vrijwilligers. Het behoud van de vrijwilligers is immers van ontzettend groot belang. Zij vormen mee het hart van onze brandweer.</description>
      <dc:subject></dc:subject>
      <dc:date>Monday 22 March 2010</dc:date>
    </item>

    <item>
      <title>Waarom herzien we artikel 35 niet eens?</title>
      <link>http://www.micheldoomst.be/index.php/md/blog_commentaar/waarom_herzien_we_artikel_35_niet_eens/</link>
      <guid>http://www.micheldoomst.be/index.php/md/blog_commentaar/waarom_herzien_we_artikel_35_niet_eens/#When:Friday 19 March 2010</guid>
      <description>De dagen worden steeds langer, maar de weken blijven voorbij vliegen. Zonder het goed te beseffen is de legislatuur bijna driekwart om.&amp;nbsp; De afgelopen dagen en weken lazen, zagen en hoorden we in verschillende media dat er genoeg getalmd is en dat het tijd is voor actie en oplossingen.

Ik denk dan onmiddellijk ook aan de herziening van de Grondwet. Al jaren spreken we van artikel 35, maar nog steeds is dit nog niet voor herziening vatbaar gesteld. Is het niet hoogtijd om hiermee te beginnen?
Misschien eerst kort zeggen wat artikel 35 inhoudt. 

“De federale overheid is slechts bevoegd voor de aangelegenheden die de Grondwet en de wetten, krachtens de Grondwet zelf uitgevaardigd, haar uitdrukkelijk toekennen. De gemeenschappen of de gewesten zijn, ieder wat hem betreft, bevoegd voor de overige aangelegenheden onder de voorwaarden en op de wijze bepaald door de wet.”

Het artikel is ondertussen bijna 17 jaar oud, maar nog steeds niet in werking getreden. Dit kan pas wanneer er een uitvoeringswet aangenomen is, die de specifieke bevoegdheden aan de federale overheid toewijst.&amp;nbsp; Anderzijds kunnen we het artikel ook herschrijven, zodat de deelstaten bepalen welke bevoegdheden de federale overheid nog krijgt toebedeeld.
Dit geeft aan de staatshervorming, die daar onlosmakelijk aan gekoppeld is, plots een andere inslag. In de plaats van te verdelen, gaan de gemeenschappen samen zitten om te kijken wat ze best nog samen doen. Centraal in de staatshervorming komt dan België te staan, een omgekeerde benadering in vergelijking met alle vroegere hervormingen. Tot hiertoe werd er immers onderhandeld over steeds nieuwe bevoegdheden voor de deelstaten.

Deze benadering zal niet eenvoudiger zijn, laat staan gemakkelijker verlopen, maar geeft wel onmiddellijk weer waar ons land naartoe moet evolueren. Het accent komt te liggen bij de deelstaten en het overige bij de federale overheid. Deze evolutie, waarbij bovendien een hiërarchie moet worden gegeven aan de verschillende overheden, is immers broodnodig om duidelijkheid, homogeniteit en efficiëntie te creëren.&amp;nbsp; 

Hierbij moet wel steeds voor ogen worden gehouden dat we streven naar sterkere deelstaten, want eens gebetoneerd in de Grondwet is er nog weinig aan te doen. 
Hierover onderhandelen wordt dus onvermijdelijk. Kan het voor de federale verkiezingen niet meer, dan is het na het schudden van de kaarten niet meer te ontwijken.</description>
      <dc:subject></dc:subject>
      <dc:date>Friday 19 March 2010</dc:date>
    </item>

    <item>
      <title>Politiegebouwen blijven gemakkelijk doelwit voor inbrekers</title>
      <link>http://www.micheldoomst.be/index.php/md/blog_commentaar/politiegebouwen_blijven_gemakkelijk_doelwit_voor_inbrekers/</link>
      <guid>http://www.micheldoomst.be/index.php/md/blog_commentaar/politiegebouwen_blijven_gemakkelijk_doelwit_voor_inbrekers/#When:Friday 12 March 2010</guid>
      <description>Politiegebouwen blijven een te gemakkelijk doelwit voor inbrekers. Hoewel de bevoegde ministers van Binnenlandse Zaken al jaren maatregelen aankondigen, blijft het aantal inbraken stijgen. Gekoppeld aan deze problematiek blijft ook het opslaan van vuurwapens en munitie in politiegebouwen of in beslag genomen goederen problematisch. Dit zegt volksvertegenwoordiger Michel Doomst (CD&amp;amp;V) die de beschikbare cijfers van de laatste jaren verzamelde.

Tussen 2000 en 2005 gebeurden er 1529 diefstallen in politiekantoren, hetgeen een gemiddelde is van ongeveer 255 diefstallen per jaar. De vier jaren daarop steeg dit gemiddelde tot bijna 279 diefstallen per jaar. 2008 spant de kroon met een totaal van 298 diefstallen in politiegebouwen. De kantoren in Brussel worden het meest geviseerd, met bijna 100 inbraken per jaar, gevolgd door provincie Antwerpen (47), Henegouwen (35) en Luik (27).

De dieven zijn meestal uit op geld, maar ook politie&#45;uitrusting, documenten, communicatie en wapens zijn overal gegeerd.&amp;nbsp; 

Het toenemend aantal diefstallen is opvallend. Er wordt al jaren op de onveiligheid gehamerd, maar er verandert niets. Een alarmsysteem is sinds 1993 wettelijk verplicht, maar tot voor kort bleken veel gebouwen gewoon niet te beschikken over dergelijke installatie. In 2008 bleken slechts 50 van de 144 complexen van de federale politie elektronisch beveiligd. Er werd vier miljoen euro beloofd om de resterende gebouwen te beveiligen. Omtrent de lokale politiekorpsen zijn zelfs simpelweg geen gegevens bekend. 

In 2006 beloofde toenmalig minister Dewael de zaak ernstig te nemen en beloofde hij beterschap. Hij werkte aan een koninklijk besluit en een rondzendbrief. Vier jaar later zien we enkel dat het aantal diefstallen is toegenomen. 

In 2008 bleek uit het jaarverslag van de Algemene Inspectie dat bijna geen enkele politiezone of federale dienst correcte en betrouwbare gegevens bijhield van de in beslag genomen goederen, laat staan dat ze de gepaste infrastructuur hadden.

Vanuit verschillende hoeken wordt al jaren gevraagd voor meer uniformiteit en meer veiligheid, maar wanneer er zelfs geen concrete cijfers voorhanden zijn, is het moeilijk om een degelijk zicht te krijgen op de situatie.&amp;nbsp; Doomst vraagt de minister werk te maken van de optimalisering inzake het verzamelen van concrete cijfers.

Michel Doomst stelt verder ook voor te onderzoeken of men de verschillende zones financiële en andere stimuli kan geven, naar analogie van de beveiliging van crèches en de stimuli voor zelfstandigen.</description>
      <dc:subject></dc:subject>
      <dc:date>Friday 12 March 2010</dc:date>
    </item>

    <item>
      <title>Aantal criminele feiten in ziekenhuizen stagneert</title>
      <link>http://www.micheldoomst.be/index.php/md/blog_commentaar/aantal_criminele_feiten_in_ziekenhuizen_stagneert/</link>
      <guid>http://www.micheldoomst.be/index.php/md/blog_commentaar/aantal_criminele_feiten_in_ziekenhuizen_stagneert/#When:Friday 26 February 2010</guid>
      <description>Uit cijfers die ik opvroeg aan de minister van Binnenlandse Zaken blijkt dat het aantal geregistreerde criminele feiten in ziekenhuizen de laatste jaren stagneert.

Registratiesysteem

Sinds 2009 kunnen ziekenhuizen via een website criminele feiten melden. De criminaliteit steeg de afgelopen jaren, waardoor de vraag naar maatregelen groot was. Uit cijfers van de veiligheidsmonitor (afgenomen eind 2008) blijkt dat 74 procent van de bevraagde ziekenhuissites over een registratiesysteem voor diefstal beschikt; 66 procent over een registratiesysteem voor vandalisme en 73 procent voor fysiek geweld. Slechts 30 procent van de geregistreerde diefstallen wordt aan de lokale politie gemeld en slechts 1 op tien feiten van vandalisme en fysiek geweld. Rond deze periode zou een nieuwe veiligheidsmonitor starten.

6500 criminele feiten per jaar

Tussen 2006 en 2008 schommelde het aantal rond 6500 geregistreerde feiten per jaar in ziekenhuizen, terwijl in 2005 er bijna 7000 feiten werden geregistreerd. Bijna 60 procent van de meldingen gaan over diefstal of afpersing. Het aantal meldingen inzake drugs steeg op drie jaar met meer dan een kwart, maar blijft met 120 feiten relatief beperkt. Het aantal inbreuken tegen de eigendom daalde dan weer met meer dan 55 procent, terwijl gevallen van alcoholmisbruik en inbreuken tegen de openbare veiligheid de afgelopen jaren ongeveer gelijk bleven.

Bewakingsdiensten

Het mag duidelijk zijn dat de inspanningen van de overheid stilaan hun vruchten beginnen af te werpen. Vorig jaar werd, naast de installatie van de website, nog een preventie&#45; en sensibiliseringscampagne  opgestart in ziekenhuizen met het oog op de verbetering van de veiligheid. Er werd ook een federaal netwerk opgericht met maar liefst 138 leden. Graag benadruk ik ook de grote rol van bewakingsdiensten, waarop ziekenhuizen pas de laatste twee jaar echt beroep doen. Momenteel hebben reeds 75 ziekenhuizen een vergunning ontvangen voor een interne bewakingsdienst en zijn er nog 13 in afwachting. Het aantal ziekenhuizen dat een beroep doet op een externe bewakingsdienst is niet gekend. Om de preventie in ziekenhuizen nog te verbeteren pleit ik voor meer overleg met de Gemeenschappen en stel ik voor dat het  Comité P de bevoegdheid krijgt om de bewakingsdiensten te controleren, een sector waar vandaag nog te veel misbruiken bestaan.</description>
      <dc:subject></dc:subject>
      <dc:date>Friday 26 February 2010</dc:date>
    </item>

    
    </channel>
</rss>