<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<rss version="2.0"
    xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
    xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
    xmlns:admin="http://webns.net/mvcb/"
    xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#"
    xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/">

    <channel>
    
    <title>actualiteit</title>
    <link>http://www.micheldoomst.be/index.php</link>
    <description></description>
    <dc:language>nl</dc:language>
    <dc:creator>info@micheldoomst.be</dc:creator>
    <dc:rights>Copyright 2012</dc:rights>
    <dc:date>2012-01-25T14:51:07+00:00</dc:date>
    <admin:generatorAgent rdf:resource="http://expressionengine.com/" />
    

    <item>
      <title>de aanrijtijden van ziekenwagens in het Pajottenland</title>
      <link>http://www.micheldoomst.be/index.php/md/blog_commentaar/de_aanrijtijden_van_ziekenwagens_in_het_pajottenland/</link>
      <guid>http://www.micheldoomst.be/index.php/md/blog_commentaar/de_aanrijtijden_van_ziekenwagens_in_het_pajottenland/#When:Wednesday 25 January 2012</guid>
      <description>{actualiteit_inleiding}Michel Doomst (CD&amp;amp;V): Mijnheer de voorzitter, mevrouw de minister, naast de vooruitgang met de MUG in Halle – waarvoor trouwens onze waardering &#45; en de komst van een voorpost in de gemeente Galmaarden&#45; Tollembeek, blijft toch de aanrijtijd in het gebied Zuidwest&#45;Brabant voor ziekenwagens een probleem. Er waren twee ernstige incidenten, waarvan een dodelijk ongeval een aantal maanden geleden, waarbij enorm lang op de komst van de ziekenwagen is gewacht. Onlangs was er nog een incident op de parking van het kerkhof in Galmaarden, waar ook eerst de oproep in Gent toekwam, daarna werd Leuven verwittigd en tenslotte kwam er een ziekenwagen uit Lessines, omdat die van Geraardsbergen niet beschikbaar was. Er blijft het probleem van het gebruik van het Nederlands. In het laatste geval werd meer dan 35 minuten is gewacht. Hoe gaan we daarmee om? Kunt u wat meer uitleg geven over die lange aanrijtijden? Welke inspanningen worden er gedaan om dit op te lossen? Zijn er nog andere probleemgebieden waar wij dezelfde nood hebben?
Minister Laurette Onkelinx: Mijnheer de voorzitter, mijnheer Doomst, ik kan u verzekeren dat ik, en ook mijn collega van Binnenlandse Zaken, uw bezorgdheid delen over een snelle en gepaste hulpverlening aan de bevolking. De bevoegdheid inzake hulpverlening en het Agentschap 112 is, zoals u weet, een gedeelde bevoegdheid van Binnenlandse Zaken en Volksgezondheid.
Als concreet antwoord op uw vragen, kan ik het volgende zeggen. Er bestaat een meldingssysteem dat alle mogelijke problemen of anomalieën van de dagdagelijkse werking van de dringende medische hulpverlening registreert. Beide voorvallen die u aanhaalt, werden dan ook, kort nadat ze zich hadden voorgedaan, door de bevoegde federale gezondheidsinspecteur
onderzocht. Wat betreft het voorval in de Langestraat, heeft het onderzoek uitgewezen dat het Agentschap 112 adequaat gereageerd heeft op de oproep en de informatie uit die oproep. De eerste hulpvraag betrof namelijk een ongeval met alleen stoffelijke schade en dus zonder slachtoffers. Pas veel later werd duidelijk dat er wel degelijk een slachtoffer te betreuren viel. De aanrijtijden
gerekend vanaf het moment dat de belangrijke informatie over een slachtoffer gekend was, waren volledig binnen de normen. De ziekenwagen was 9 minuten en 26 seconden na alarmering ter plaatse, de MUG 13 minuten en 28 seconden na alarmering. Wat het tweede voorval betreft, heeft het onderzoek uitgewezen dat de dichtst bij zijnde ziekenwagendienst, Geraardsbergen, onbeschikbaar was op het moment van de hulpvraag. De tweede ziekenwagen in de lijst was die van Lessines, met een theoretische aanrijtijd van 16 minuten en 22 seconden. Deze theoretisch berekende aanrijtijd houdt echter geen rekening met de verkeersdrukte, hinderlijke situaties in het verkeer, weersomstandigheden en dergelijke meer. Het is gebleken dat er wegenwerken waren op het
traject van de brandweerkazerne van Lessines naar Galmaarden. Het klopt dat de ziekenwagendienst in dit concreet geval pas 30 minuten na oproep ter plaatse was, wat inderdaad een zeer lange aanrijtijd is. Wetende wat wij nu weten, was een alarmering van de ziekenwagen van Edingen door de 100&#45; centrale toen een beter alternatief geweest. Deze situatie is uiteraard betreurenswaardig. Ik zal
bij mijn administratie nagaan of het mogelijk is om de informatie over geprogrammeerde wegenwerken in rekening te brengen bij het uitsturen van ziekenwagens. De voorbije jaren werden dus verschillende initiatieven genomen om de aanrijtijden te optimaliseren. In de software die de 100&#45;centrales gebruiken, werd voor alle diensten de theoretische aanrijtijd ingevoerd. Deze houdt rekening met de tijd die nodig is om vanuit de standplaats te vertrekken. Dit hangt uiteraard af van het feit of de diensten permanent bemand zijn dan wel of de personen van wacht zich eerst naar de standplaats moeten begeven. Deze optimalisatie maakt dat er dus soms een dienst wordt uitgestuurd die geografisch verderaf ligt, maar waarvan men weet dat de ziekenwagen volgens de theoretische aanrijtijd toch sneller ter plaatse zal zijn dan die van een andere, dichterbij gelegen dienst. Daarnaast hebben de provinciale commissies voor de dringende geneeskundige hulpverlening de
taak om de hulpverlening binnen hun provincies verder te optimaliseren, de zogenaamde blinde vlekken te identificeren en te zoeken naar oplossingen voor deze regio’s. Concreet voor het Pajottenland is in de oprichting van een voorpost van ziekenwagen in Tollembeek door de brandweer van Lennik voorzien. Deze voorpost had al operationeel moeten zijn. Spijtig genoeg werd de brandweer van Lennik geconfronteerd met het feit dat de ziekenwagen die hier moest worden gestationeerd om technische redenen definitief buiten dienst moest worden gesteld. Het opstarten van deze nieuwe standplaats is afhankelijk van de snelheid van aankoop van een nieuw voertuig door de burgemeesters van de betrokken gemeenten.
Michel Doomst (CD&amp;amp;V): Mevrouw de minister, dank u voor dit omstandig antwoord. U hebt gelijk dat wij in het eerste geval met verwarring te maken hadden over de ernst van het ongeval dat zich voordeed, terwijl wij in het tweede geval inderdaad moeten nagaan of inzake het verschil tussen theoretische en praktische aanrijtijd voorspelbare wegenwerken zouden kunnen ingecalculeerd worden. Meer dan een half uur is toch wel heel lang. In de regio en de weg inslaand die u hier suggereert, zouden we toch eens moeten bekijken hoe we de samenwerking tussen de MUG Halle met grensoverschrijdende initiatieven en de voorpost in Tollembeek die, naar ik hoor, op 1 februari zou starten, kunnen aanpakken om hiermee definitief die blinde vlek op te vangen. We kijken dus uit naar 1 februari, in de hoop de zaak dan operationeel te kunnen krijgen.</description>
      <dc:subject>Parlement, Mondelinge vragen, MUG</dc:subject>
      <dc:date>Wednesday 25 January 2012</dc:date>
    </item>

    <item>
      <title>het gebruik van de snuffeltoestellen</title>
      <link>http://www.micheldoomst.be/index.php/md/blog_commentaar/het_gebruik_van_de_snuffeltoestellen/</link>
      <guid>http://www.micheldoomst.be/index.php/md/blog_commentaar/het_gebruik_van_de_snuffeltoestellen/#When:Wednesday 25 January 2012</guid>
      <description>{actualiteit_inleiding}Michel Doomst (CD&amp;amp;V): Mijnheer de staatssecretaris, het bobgeweld en de eindejaarscontroles zijn achter de rug en blijkbaar zijn ze succesvol verlopen. Daar was toen sprake van het snuffeltoestel, een nieuw supertoestel voor het opsporen van overdreven alcoholgebruik achter het stuur. Ik wilde bij u eens opsnuiven wat de praktijk heeft gegeven en wat het nut van het toestel bij de globale acties is geweest. De toenmalige minister van Binnenlandse Zaken zei toen dat hetnuttig kon zijn, maar dat uiteindelijk edereen ook effectief zou moeten blazen om gecontroleerd te worden op al dan niet overdreven alcoholgebruik.
Ik begrijp dat u dat tijdens een inrijperiode eens hebt moeten bekijken, maar hebt u er nu al zicht op hoeveel van die toestellen in gebruik zijn? Kunt u het nut van dat gebruik bevestigen? We moeten dat toch afwegen tegenover de kosten. We moeten daarmee zo efficiënt mogelijk zijn in de soberdere periodes, die zouden kunnen aanbreken. Staatssecretaris Melchior Wathelet: De door het College van procureurs&#45;generaal en mezelf aan de politie gegeven richtlijnen houden in dat de politie bestuurders niet mag laten blazen in de samplingtoestellen, aangezien die louter bedoeld zijn om de aanwezigheid van alcohol in de lucht van het voertuig te detecteren. Het betreft geen gehomologeerde ademtoestellen. Als het wel zo wordt gebruikt, is er kans op een procedurefout. Dat is al het geval geweest in verschillende procedures.Er zijn inmiddels duidelijke en ondubbelzinnige richtlijnen aan de politie verstrekt, zodat zij op de hoogte zijn van het correcte gebruik van het toestel en van de risico’s verbonden aan het onwettig gebruik ervan. Ik ga er dan ook van uit dat de toestellen enkel juist worden ingezet, namelijk om te detecteren of er zich te veel alcohol in de lucht van de auto bevindt. Wat het aantal snuffeltoestellen betreft, heeft de politie geen exacte gegevens. Zij heeft enkel kennis van het aantal toestellen die zijn verkocht door de twee belangrijkste leveranciers, zijnde Draeger en Police Services, voor 2010 en 2011. Draeger verkocht van het type Alcotest 6510 zes toestellen en van het type Alcotest 6810 vier toestellen. Police Services verkocht 100 Alcosensors, verdeeld over ongeveer 40 politiezones. Het nut van de toestellen is ontegensprekelijk, want ze maken meer effectieve alcoholcontroles mogelijk op korte termijn. Het toestel is immers razendsnel en heel doeltreffend. De politiediensten verliezen hierdoor minder tijd en kunnen meer bestuurders aan de alcoholcontrole onderwerpen.
Het toestel zal nog steeds worden ingezet. Wij mogen het kind niet met het badwater weggooien. Michel Doomst (CD&amp;amp;V): Mijnheer de
staatssecretaris, ik dank u voor de verduidelijking. Er zijn blijkbaar eenduidige richtlijnen gegeven. Het flankerend gebruik zou inderdaad de controles kunnen onderbouwen, maar het ruikt toch wat naar overbodigheid. Wanneer u echter zegt dat het nuttig is voor de inschatting van de situatie bij controles, dan kijk ik er naar uit om het apparaat eventueel op grotere schaal te gebruiken. Dat zou dan immers kunnen betekenen dat wij het aantal effectieve blaasmomenten zouden kunnen verminderen.
Klopt dat? 
Staatssecretaris Melchior Wathelet: Dat kan inderdaad dat positief effect hebben, maar het moet op de correcte manier worden gebruikt.
Michel Doomst (CD&amp;amp;V): Ik dank u voor uw antwoord.</description>
      <dc:subject>Parlement, Mondelinge vragen, Mobiliteit</dc:subject>
      <dc:date>Wednesday 25 January 2012</dc:date>
    </item>

    <item>
      <title>de studie over de informatiedoorstroming van KHL en het M.A.S.</title>
      <link>http://www.micheldoomst.be/index.php/md/blog_commentaar/de_studie_over_de_informatiedoorstroming_van_khl_en_het_m.a.s/</link>
      <guid>http://www.micheldoomst.be/index.php/md/blog_commentaar/de_studie_over_de_informatiedoorstroming_van_khl_en_het_m.a.s/#When:Wednesday 18 January 2012</guid>
      <description>{actualiteit_inleiding}Michel Doomst (CD&amp;amp;V): Mijnheer de voorzitter, mevrouw de minister, in het nationaal veiligheidsplan van de voorbije jaren was informatiedoorstroming een heel belangrijk punt. Er stond letterlijk in dat dit een eerste basisvoorwaarde is, maar dat dit heel wat coördinatie vergt tussen de federale en de lokale
politie. De Katholieke Hogeschool Leuven heeft recent een studie uitgevoerd met een daarin gespecialiseerd onderzoeksbureau. Daaruit blijkt dat de helft van de ondervraagde agenten de onderlinge doorstroming van de informatie op dit ogenblik onvoldoende vindt. Bovendien acht men de samenwerking tussen lokale en federale politiediensten op dat vlak voor veel verbetering vatbaar. Is dat onderzoeksrapport u bekend? Hoe zullen we op een bepaald moment de doelstellingen van het nationaal veiligheidsplan evalueren, wat misschien voor binnenkort is? Worden daar initiatieven in genomen? Ik dring aan op communicatie We hebben daarnet over opleiding gesproken. Dit zal een van de achillespezen zijn bij de evaluatie van het nationaal veiligheidsplan.
Minister Joëlle Milquet: Tussen 10 en 22 december 2011 werd in de pers van dit onderzoek melding gemaakt. Inmiddels hebben mijn diensten een exemplaar ontvangen van het
onderzoeksrapport dat op 20 december werd gepubliceerd door vier studenten van het tweede jaar rechtspraktijk van de Katholieke Hogeschool Leuven. De conclusies zijn gebaseerd op een online enquête bij de korpschefs van de Vlaamse politiezones aan wie gevraagd werd een vragenlijst te verspreiden bij hun personeelsleden. Uiteindelijk hebben 671 lokale politiemensen de
ingevulde vragenlijst teruggestuurd aan de KHL. Uit de reactie van de respondenten blijkt dat er vraag is naar meer blauw op straat, minder politieke inmenging op het lokale niveau, schaalvergroting van de politiezones, eerlijke verloning, strengere selectie, eenvormige basisopleiding en betere communicatie zowel intern in de lokale korpsen als tussen de korpsen onderling en met de federale politie. Dat is bijna de inhoud van mijn beleidsnota. Deze verzuchtingen zijn mij niet onbekend en stemmen overeen met de aanbevelingen vanwege diverse officiële instanties als het Comité P, de federale politieraad en de syndicale organisaties. Deze aanbevelingen liggen momenteel ter studie. De doorstroming van de operationele informatie binnen de politie maakt het voorwerp uit van
voortdurende aandacht vanwege de directie van de operationele politionele informatie, die daarvoor de nodige initiatieven neemt in overleg met de arrondissementele informatiekruispunten. Betere
doorstroming van informatie is een echte prioriteit. Het is heel interessant om dit onderzoek te lezen. Ik kan het rapport ook laten bezorgen aan de leden van de commissie.
Michel Doomst (CD&amp;amp;V): Mijnheer de voorzitter, ondanks de relativiteit van de online enquête geeft zij wel de pijnpunten weer. Het is interessant om deze studie te ontvangen. Misschien moet communicatie als een van de prioriteiten eens naar voren worden geschoven in een commissievergadering. Naast opleiding lijkt mij dit een van de pijnpunten waarvan wij in de komende maanden werk moeten maken.</description>
      <dc:subject>Parlement, Mondelinge vragen, Politie &amp; Brandweer</dc:subject>
      <dc:date>Wednesday 18 January 2012</dc:date>
    </item>

    <item>
      <title>het onderwijsniveau van onze politiescholen</title>
      <link>http://www.micheldoomst.be/index.php/md/blog_commentaar/het_onderwijsniveau_van_onze_politiescholen/</link>
      <guid>http://www.micheldoomst.be/index.php/md/blog_commentaar/het_onderwijsniveau_van_onze_politiescholen/#When:Wednesday 18 January 2012</guid>
      <description>{actualiteit_inleiding}Michel Doomst (CD&amp;amp;V): Mijnheer de voorzitter, mevrouw de minister, opleiding zal de komende jaren een zorgenkind zijn in de uitbouw van het politiebeleid. In 2011 heeft een visitatiecommissie de opdracht gekregen verschillende politiescholen te bezoeken om de basisopleiding inspecteur, hoofdinspecteur en officier te evalueren aan de hand van een protocol dat gangbaar is in het Vlaams en Franstalig hoger onderwijs.
De commissieleden werden voorgedragen door de scholen en zorgvuldig geselecteerd door de stuurgroep. Zij hebben ter plaatse gesprekken gevoerd met als doel de kwaliteit van de verschillende aspecten van de opleiding te onderzoeken. Het resultaat kan worden teruggevonden in een visitatierapport, waarin de sterktes en de zwaktes van iedere opleiding worden weergegeven, maar waarin ook verbeterpunten worden geformuleerd. Wordt nu al actief gewerkt met dat rapport? Wat zijn de bevindingen naar aanleiding van dat rapport? Plant u een voortzetting van een dergelijke
commissie of andere soortgelijke initiatieven voor de verbetering van de politiewerking en de opleiding?
Minister Joëlle Milquet: Een grondige en uitgebreide studie betreffende de kwaliteit van de politieopleiding werd inderdaad uitgevoerd door onafhankelijke deskundigen. Deze studie vond plaats in het raam van het project “De politie: een lerende organisatie”. De studie werd uitgevoerd op basis van de methodologie toegepast in het raam van de hogere en universitaire opleidingen. De resultaten
van deze studie werden op 5 december 2011 voorgesteld aan de directeurs van de verschillende scholen van de politie en aan de vakbonden. Op basis van het resultaat voert het projectteam momenteel een meer uitgebreide analyse uit. De resultaten hiervan zullen mij spoedig worden bezorgd. Deze analyse zal toelaten voorstellen te formuleren voor de ontwikkeling van het
toekomstige opleidingsbeleid. Zoals u weet, is een verbetering van de opleiding van politieagenten een van mijn prioriteiten. De voorstellen zullen worden opgenomen in een plan tot verbetering en
vernieuwing van de politieopleiding. Wij zullen ons hierbij natuurlijk concentreren op de verbetering
van de kwaliteit van de opleiding en de vernieuwing ervan. Het projectteam “De politie: een lerende
organisatie” zal in ieder geval zorgen voor de follow&#45;up van de voorstellen in de verschillende politiescholen. Wij moeten ook komen tot een actieplan voor de politieopleiding en een betere harmonisering tussen de verschillende scholen op het vlak van de inhoud van de opleiding.
Michel Doomst (CD&amp;amp;V): Mevrouw de minister, ik dank u voor uw antwoord. Men merkt dat een aantal fundamentele aspecten in het politiewerk inderdaad nog voor verbetering vatbaar zijn en dat deze het beste via die opleiding kunnen worden aangebracht. Wij hebben met onze fractie de commissievoorzitter dan ook gevraagd om ter zake een aantal hoorzittingen te houden om het aspect opleiding nog eens grondig te kunnen bekijken. Wij menen dat dit een essentieel punt is om de politiewerking de komende jaren nog kwalitatief te kunnen verbeteren.</description>
      <dc:subject>Parlement, Mondelinge vragen, Politie &amp; Brandweer</dc:subject>
      <dc:date>Wednesday 18 January 2012</dc:date>
    </item>

    <item>
      <title>het eerste nationaal &#8220;child alert&#8221;</title>
      <link>http://www.micheldoomst.be/index.php/md/blog_commentaar/het_eerste_nationaal_child_alert/</link>
      <guid>http://www.micheldoomst.be/index.php/md/blog_commentaar/het_eerste_nationaal_child_alert/#When:Wednesday 18 January 2012</guid>
      <description>{actualiteit_inleiding}Michel Doomst (CD&amp;amp;V): Mevrouw de minister, ik ga kort zijn, want dit valt niet rechtstreeks onder uw bevoegdheid. Ik moet zeggen dat ik begin december toch onder de indruk was van het initiatief van Child Focus om naar aanleiding van de verdwijning van die jongen het systeem Child Alert op gang te
brengen. Het systeem werd begin 2011 gelanceerd. Het werkt via een intensief alarm waardoor de hele bevolking op korte tijd kan worden bereikt. Mevrouw de minister, kunt u toelichten, daarmee
komen we wel bij uw bevoegdheid, wat de samenwerking tussen de politiediensten en Child Focus op dat vlak precies inhoudt? Welke rol spelen de politiediensten bij de beslissing tot het al dan niet lanceren van een dergelijk bericht? Hoe evalueert u deze eerste samenwerking als minister?
Minister Joëlle Milquet: In het geval van Child Alert bestaat de rol van Child Focus in het systeem.
beheer van het informatieplatform voor de verspreiding van het alarmbericht naar de media
evenals naar de verschillende partners. Child Focus alarmeert de bevolking door het versturen van sms&#45;berichten en berichten via de autosnelweg en stelt een medewerker ter beschikking van de ouders van het verdwenen kind die optreedt als tussenpersoon tussen politiediensten en de familie.
De rol van de Cel Verdwenen Personen van de federale politie bestaat in het coördineren van de
opsporingen door de betrokken politiediensten. De Cel wordt ook belast met het verzamelen van
de getuigenissen die tijdens het alarm worden verzameld, teneinde ze te klasseren volgens hun
graad van pertinentie en er een gepast gevolg aan te geven. Een ploeg van de Cel zal tevens ter beschikking worden gesteld van de politiedienst, belast met de verdwijning teneinde deze te ondersteunen met het beheer van het onderzoek. De Cel Vermiste Personen speelt een belangrijke
rol bij de beslissing tot het al dan niet afkondigen van een Child Alert. Ze zal namelijk de met het dossier belaste magistraat adviseren na onderzoek van de vastgelegde criteria, goedgekeurd door het College van procureurs generaal. De afkondiging van het alarm komt toe aan de magistraat na overleg met zijn procureur&#45;generaal. Het initiatief voor de procedure Child Alert komt toe aan Child Focus, dat eind 2009 een projectaanbod lanceerde bij de Europese Commissie. Het project werd in 2010 aanvaard en volledig gefinancierd door de Europese Commissie. De Belgische overheid heeft dus wel een aanmoedigende, maar geen actief financierende rol gespeeld bij het opstarten van
het project. Justitie en de federale politie hebben wel deelgenomen aan het werk voor de
ontwikkeling van Child Alert. De evaluatie van de eerste Child Alert door de cel Vermiste Personen is zeer positief. De samenwerking met Child Focus verliep zeer vlot. Het geïnformatiseerd platform van Child Focus en de samenwerking met de partners die de oproep tot getuigen op grote schaal verspreiden, laten toe in een minimumtijd een maximaal aantal mensen te sensibiliseren. Meer dan tien jaar na de Dutroux&#45;zaak hebben wij dus een doeltreffend systeem
Michel Doomst (CD&amp;amp;V): Ik deel uw indruk dat het doeltreffend is. Ik was echt onder de indruk. Ik begrijp uit uw antwoord dat men het positief ervaart en dat het dus voor herhaling vatbaar is, wanneer dat noodzakelijk is.</description>
      <dc:subject>Parlement, Mondelinge vragen, Politie &amp; Brandweer</dc:subject>
      <dc:date>Wednesday 18 January 2012</dc:date>
    </item>

    <item>
      <title>het onderzoeksrapport over de zone Hazodi</title>
      <link>http://www.micheldoomst.be/index.php/md/blog_commentaar/het_onderzoeksrapport_over_de_zone_hazodi/</link>
      <guid>http://www.micheldoomst.be/index.php/md/blog_commentaar/het_onderzoeksrapport_over_de_zone_hazodi/#When:Wednesday 18 January 2012</guid>
      <description>{actualiteit_inleiding}Michel Doomst (CD&amp;amp;V): Mijnheer de voorzitter, we moeten niet te veel oude koeien uit de gracht halen, maar in de commissie kwam dit in oktober al aan bod. Het gaat over wat gebeurd is in de politiezone HaZoDi, vooral inzake onterecht uitbetaalde vergoedingen en loonsverhogingen. Toen werd besloten het rapport van het Comité P af te wachten. Er was sprake van mechanismen die onregelmatig zouden hebben gewerkt, maar er werd gewacht op wat het Parlement zou realiseren via het Comité P. Uit het onderzoeksrapport van een auditkantoor blijkt dat de afgelopen vijf jaar mogelijkerwijze een klein half miljoen euro aan onterecht uitbetaalde vergoedingen en loonsverhogingen werd ontvangen. De concrete zaak moet natuurlijk in Hasselt worden afgewerkt, maar dit zet wel in de verf dat de nood om te werken aan de functionele verloning en de administratieve vereenvoudiging echt hoog is. Ik wil u vragen om met dezelfde dynamiek de functionele verloning en administratieve vereenvoudiging hoog op de agenda te zetten. Ik wil met u de zorg delen om die kleine zinsnede in de Panorama&#45;reportage, waarin andere zones zegden dat het een geluk was dat soortgelijke onderzoeken ook niet in andere politiezones werden doorgevoerd.
Minister Joëlle Milquet: De piste van de functionele verloning is interessant. Ik verwijs naar het regeerakkoord en mijn beleidsnota. Ik heb hierover ook een gesprek gehad met de vakbonden.
Er is afgesproken om het juridische statuut van het politiepersoneel te vereenvoudigen, onder
meer op het gebied van de functionele bezoldiging. Dit laat zich vrij eenvoudig zeggen, maar het is iets ingewikkelder om uit te werken. Het betreft een moeilijke oefening, maar de veelheid en de complexiteit van de pecuniaire regels belemmeren soms de gepaste inzet van het personeel. Daarom meen ik dat iedereen baat heeft bij een herziening. Uiteraard zal dit geschieden via een doordacht overleg met de sociale partners. In het algemeen moeten wij evenwel geen vermindering van de lonen
organiseren. Ik heb kennis van soortgelijke onderzoeken. Zo kan ik verwijzen naar de ad&#45;hocaudit van de lokale politie Gent door de professoren De Ruyver en Fijnaut, en de audit die de directeur&#45;generaal van de federale gerechtelijke politie heeft verricht. In beide gevallen werden een aantal verkeerde interpretaties betreffende de toepassing van het geldelijke statuut vastgesteld zonder dat er sprake was van bedrieglijke opzet. De regularisatieprocedures worden momenteel uitgevoerd. Er was echter sprake van een aantal verkeerde interpretaties.
Michel Doomst (CD&amp;amp;V): Dat er verkeerd wordt geïnterpreteerd, heeft volgens mij inderdaad te maken met het feit dat men in de verloningen en vergoedingen te ingewikkeld heeft gewerkt. We moeten eruit. Ik ben blij dat u al een eerste contact met de vakbonden hebt gehad. We mogen het niet uitstellen. Het zal een lange weg zijn, zoals u zegt.
De patat is zo heet dat we hem best nu al beginnen op te warmen om op korte termijn tot resultaten te komen.
Minister Joëlle Milquet: De vakbonden zijn klaar om dat debat te voeren. Zij hebben natuurlijk een andere visie over de functionele verloning.</description>
      <dc:subject>Parlement, Mondelinge vragen, Politie &amp; Brandweer</dc:subject>
      <dc:date>Wednesday 18 January 2012</dc:date>
    </item>

    <item>
      <title>de voorwaarden voor de bijkomende middelen voor Brussel</title>
      <link>http://www.micheldoomst.be/index.php/md/blog_commentaar/de_voorwaarden_voor_de_bijkomende_middelen_voor_brussel/</link>
      <guid>http://www.micheldoomst.be/index.php/md/blog_commentaar/de_voorwaarden_voor_de_bijkomende_middelen_voor_brussel/#When:Thursday 12 January 2012</guid>
      <description>{actualiteit_inleiding}Michel Doomst (CD&amp;amp;V): Mijnheer de voorzitter, collega’s, mijnheer de minister, ik heb het niet op mistmachines, die op concerten en acts gebruikt worden en het optreden soms ten goede komen, maar vaak heel vervelend zijn omdat het artificieel is. In de begrotingsbespreking in de commissie voor de Binnenlandse Zaken over het budget voor Brussel, nog altijd onze hoofdstad, en de koppeling met de oplossing voor het dossier&#45;BHV heeft men geprobeerd om heel wat mist te blazen. Mijn indruk is nochtans dat de cijfers in de begroting de correcte weergave zijn van wat in het regeerakkoord overeengekomen is. Het zijn begrotingscijfers, maar ze zijn wel de exacte inschatting. Ieder correct denkend mens weet natuurlijk dat de invulling van die cijfers gekoppeld is aan het erewoord in het regeerakkoord. Men probeert echter daarrond een mist van wantrouwen te spuiten en te ontkennen dat het geld voor Brussel samengaat met een definitieve oplossing voor het BHV&#45;dossier. Mijnheer de minister, kunt u nogmaals bevestigen dat het regeerakkoord hierin evident zal worden gerespecteerd en dat er een oplossing moet zijn voor BHV om ook de bijzondere wet over Brussel te laten goedkeuren of moet er nog eens een extra amendering komen om de mist in dat weerbericht weg te nemen?
 Minister Olivier Chastel: Beste collega, het institutioneel akkoord dat door de acht partijen werd afgesloten, is erg duidelijk over het onderwerp dat u aanhaalt. De regering wil zich dan ook in dat kader inschrijven. De middelen die in de begroting zijn ingeschreven voor Brussel, zullen slechts worden geactiveerd na de goedkeuring van een bijzondere wet, tegelijkertijd met het onderdeel over de kieskring BHV, en van kracht worden in 2012. Ik zal aan mijn diensten vragen ervoor te zorgen dat de begrotingsdocumenten die intentie ondubbelzinnig en eenduidig bevestigen. De amendementen zullen zo snel mogelijk worden ingediend.
 Michel Doomst (CD&amp;amp;V): Mijnheer de staatssecretaris, ik dank u voor uw fair antwoord en voor de duidelijkheid nopens het feit dat het akkoord per definitie wordt gerespecteerd. Ik hoop dat de mistmachine daarmee definitief op stal kan. Ik denk dat dit voor Brussel en voor Halle&#45;Vilvoorde zeer zinvolle perspectieven zijn en dat het nu voor iedereen duidelijk is dat het parfum de doute volledig is weggenomen.</description>
      <dc:subject>Parlement, Mondelinge vragen, Andere</dc:subject>
      <dc:date>Thursday 12 January 2012</dc:date>
    </item>

    <item>
      <title>Burgemeester Doomst beklimt windturbine</title>
      <link>http://www.micheldoomst.be/index.php/md/blog_commentaar/burgemeester_doomst_beklimt_windturbine/</link>
      <guid>http://www.micheldoomst.be/index.php/md/blog_commentaar/burgemeester_doomst_beklimt_windturbine/#When:Friday 23 December 2011</guid>
      <description>{actualiteit_inleiding} Burgemeester Michel Doomst (CD&amp;amp;V) klom 110 meter hoog op een windturbine. Op die manier wilde hij zich een idee vormen van de impact ervan op het landschap en de omgeving. Tijdens de avontuurlijke actie van de burgemeester dropte het gemeentebestuur een brief in de bus om aan haar inwoners uit te leggen hoe ze kunnen participeren in groene energie.
De burgemeester en kersvers federaal parlementslid trok naar Bekkevoort waar een aantal windmolens staan langs de E34. Hij was vooral zelf onder de indruk. &#8216;Het is werkelijk een fenomenale machine, zo&#8217;n windturbine,&#8217; gaf hij toe. &#8216;Ik was ook gefascineerd door de inwendige apparatuur. Ik concludeer uit deze ervaring dat je de visuele impact zeker niet mag onderschatten. Toch is bij de mensen uit de omgeving stilaan een goed gevoel gegroeid.&#8217;
Zijn &#8216;stunt&#8217; was geen toeval. De gemeente Gooik participeert via Infrax in de coöperatieve vennootschap Aspiravi Samen uit Limburg. Zij laten ondertussen 5671windturbines draaien. Naar aanleiding van de bouw van nieuwe windmolenparken geeft het groenestroombedrijf ook burgers de mogelijkheid om mee te investeren. Vandaar de brief. &#8216;De kans dat er in het Pajottenland windmolens komen is volgens mij klein,&#8217; zegt Doomst. &#8216;Daarvoor is ons landschap te teer. Er zijn ook geen grote spoorlijnen, waterlopen of autosnelwegen. In plaats van te blijven wachten tot we een vergunning krijgen die er misschien nooit komt, participeren we liever zelf.&#8217;</description>
      <dc:subject>Michel in de pers, lokaal nieuws</dc:subject>
      <dc:date>Friday 23 December 2011</dc:date>
    </item>

    <item>
      <title>Toeristische borden &#8220;Pajottenland&#8221;</title>
      <link>http://www.micheldoomst.be/index.php/md/blog_commentaar/toeristische_borden_pajottenland/</link>
      <guid>http://www.micheldoomst.be/index.php/md/blog_commentaar/toeristische_borden_pajottenland/#When:Friday 30 September 2011</guid>
      <description>{actualiteit_inleiding}Michel Doomst, burgemeester van Gooik: “In het Pajottenland zijn zachte recreatie en toerisme belangrijke economische troeven: ons buitengebied moet meer en meer open staan voor medegebruik door cultuur&#45; en natuurzoekers uit heel Vlaanderen en ver daarbuiten”.
“De toeristische reuzenborden op de E40 in Ternat en Liedekerke zijn schitterende uithangborden voor de duizenden passanten tussen hoofdstad en hinterland. Blijkbaar was het de bedoeling van de overheidsinstanties om de betrokken borden én de naamgeving om te vormen naar “Groene Gordel””.
“CD&amp;amp;V en N&#45;VA hebben bij minister Crevits en bij minister Bourgeois aangedrongen op het behoud van de naam “Pajottenland”. De beide ministers hebben beloofd naar een gepaste oplossing te zoeken. CD&amp;amp;V en N&#45;VA blijven het dossier bij hun respectievelijke ministers op de voet volgen”.</description>
      <dc:subject>Michel in de pers, lokaal nieuws</dc:subject>
      <dc:date>Friday 30 September 2011</dc:date>
    </item>

    <item>
      <title>Nieuw petanqueseizoen van start</title>
      <link>http://www.micheldoomst.be/index.php/md/blog_commentaar/nieuw_petanqueseizoen_van_start/</link>
      <guid>http://www.micheldoomst.be/index.php/md/blog_commentaar/nieuw_petanqueseizoen_van_start/#When:Tuesday 05 April 2011</guid>
      <description>{actualiteit_inleiding}De petanqueclub Oetingen opende zopas haar nieuwe seizoen, met de inhuldiging van haar clubhuis. Met de hulp van de gemeente Gooik werd een clubhuis opgericht op hun terrein in het centrum van Oetingen. “ Voor onze club is de bouw van het clubhuis een goede zaak”, sprak voorzitter Hendrik Anthoons. “ Nu kunnen wij heel wat materiaal opslaan in ons clublokaal.” Burgemeester Michel Doomst sprak van een geslaagd initiatief. “ Ik ben van oordeel dat petanque nog steeds het beste middel is om een buurt te doen leven. Iedereen kan het spelen en het brengt de mensen dichter bij elkaar. Wij zouden alleen eens een nieuwe Vlaamse naam moeten vinden voor ‘petanque‘”, eindigde Michel Doomst.</description>
      <dc:subject>Michel in de pers, lokaal nieuws</dc:subject>
      <dc:date>Tuesday 05 April 2011</dc:date>
    </item>

    
    </channel>
</rss>
