vereenvoudiging v/d inschrijvingsprocedure voor pasgeboren kinderen
Vraag aan Minister van Binnenlandse Zaken Turtelboom op woensdag 24 maart 2010
Michel Doomst: Mijnheer de voorzitter, ik dank u dat ik op dit vroege en zonnige moment als eerste mag beginnen.
Mevrouw de minister, 70% van de pasgeboren kinderen komt ter wereld in een andere gemeente dan waar zij wonen. Volgens de huidige procedure duurt het altijd even voor het betrokken kind wordt opgenomen in het Rijksregister. U hebt bekendgemaakt – en ik denk terecht – dat u de procedure wilt vereenvoudigen, na het voorbeeld van het proefproject dat eind vorig jaar in zeven gemeenten werd opgestart. Daardoor zullen de kinderen onmiddellijk kunnen worden ingeschreven in het bevolkingsregister van de gemeente waar zij zullen wonen.
Binnenkort zou een omzendbrief met de uitleg worden verstuurd, zodat alle gemeenten die het wensen vanaf 1 april mee op de kar kunnen springen. Ik weet echter niet of die wenselijkheid wel wenselijk is, want ik vermoed dat het tot wat verwarring zal leiden.
Kunt u nog wat toelichting geven bij het initiatief dat u nam?
Kunt u ook wat zeggen over het proefproject?
En vooral, zal dit niet tot verwarring leiden? De moeders en de vaders van de pasgeborenen, die al in verwarring zijn, kunnen het daardoor nog moeilijker hebben het juiste pad voor de aangifte te kiezen.
Minister Annemie Turtelboom: Mijnheer de voorzitter, de huidige reglementering bepaalt dat de gemeente waar een kind wordt geboren, de geboorteakte opmaakt en die desgevallend doorstuurt naar de gemeente waar het kind zal worden ingeschreven in de bevolkingsregisters. Na die procedure, die in een aantal gevallen te veel tijd in beslag neemt, worden de identificatiegegevens van het pasgeboren kind opgenomen in het Rijksregister van de natuurlijke personen.
Een laattijdige registratie van geboorten in het Rijksregister vertraagt het werk van de overheden, instellingen en organismen die toegang hebben tot het Rijksregister en die in het raam van hun legale opdrachten zo snel mogelijk moeten kennisnemen van die gebeurtenis.
Bovendien belet het de ouders onmiddellijk van bepaalde rechten of voordelen te genieten die afhangen van de registratie van de geboorte. Het proefproject beoogt aan dit euvel tegemoet te komen door de vereenvoudiging en modernisering van de procedures voor mededeling en opneming van de gebeurtenissen van burgerlijke stand en meer in het bijzonder in een eerste fase de geboorten.
De nieuwe toepassing inzameling van geboorten maakt het mogelijk om de informatiegegevens bij de bron, dit wil zeggen door de diensten van de burgerlijke stand van de gemeente van de geboorte, automatisch en onder een gestructureerde vorm te laten opnemen in het rijksregister. De gegevens moeten nadien dus niet opnieuw ingevoerd worden, wat de kans op eventuele fouten ook sterk vermindert.
De gemeenten van verblijf, zijnde gemeente waar het kind naar de verklaring van de ouders gaat verblijven, wordt op de hoogte gebracht van de aanmaak van het nieuwe dossier via een elektronisch postbericht, waardoor de gemeente nadien het dossier via een automatische procedure kan recupereren uit een specifiek wachtbestand.
Deze eerste inzameling van identificatiegegevens wordt pas definitief wanneer de gemeente van verblijf de gegevens gevalideerd heeft en de nodige bijwerkingen verricht heeft in het betrokken dossier in het Rijksregister.
De inzameling kan niet gebeuren voor kinderen van asielaanvragers aangezien alleen de dienst Vreemdelingenzaken bevoegd is om deze in te zamelen in het wachtregister.
In juli 2009 werd er gestart met een pilootproject in zeven gemeenten, twee gemeenten van geboorte en twee gemeenten van verblijf. Toen uit de evaluatie van eind 2009 bleek dat er algemene tevredenheid bestond over de uitgewerkte oplossing werd beslist om het pilootproject uit te breiden op een vrijwillige basis.
Elke gemeente van geboorte die beschikt over geïntegreerde software bevolking-burgerlijke stand kan bijgevolg vanaf 1 april 2010 deelnemen aan de nieuwe toepassing. De circulaire met de uitnodiging tot deelname aan het project evenals met de onderrichtingen ter zake werd verstuurd op 2 maart 2010.
Michel Doomst: Mevrouw de minister, betekent zulks dat er een veralgemeend pilootproject komt met de bedoeling te komen tot een situatie waarbij elke gemeente de zaak op dezelfde manier zou behandelen? Dat is de interpretatie van de tussenstap.
Minister Annemie Turtelboom: Dat is de interpretatie. Punt is dat elke gemeente over een geïntegreerde software Bevolking - Burgerlijke stand moet beschikken. Daarom geven wij alle gemeenten die het al hebben nu de mogelijkheid om daarin te stappen. We moeten op termijn tot een automatisme komen. Het maakt kinderbijslag en alle daaraan gekoppelde gevolgen een stuk eenvoudiger.
Michel Doomst: Wij moeten inderdaad tot die veralgemeende toepassing komen. Dat is de richting die wij met dit veralgemeend pilootproject moeten aangeven.


Michel in beeld
Meer foto's