Michel Doomst, Burgemeester van Gooik & Federaal Volksvertegenwoordiger

trouwlustige allochtonen

Vraag aan staatssecretaris voor Asiel & Migratie Wathelet op woensdag 21 april 2010

Michel Doomst: Mijnheer de voorzitter, mijnheer de staatssecretaris, Marokkaanse en Turkse mensen uit Nederland komen nog altijd tijdelijk in Vlaanderen wonen omdat de voorwaarden voor een huwelijk met een partner uit hun land van herkomst minder streng zouden zijn. In Nederland worden er veel strengere voorwaarden gesteld aan het inkomen, de leeftijd en bloedbanden.

Men vestigt zich gedurende een korte termijn in Vlaanderen, waarna men met zijn partner terugkeert naar Nederland. De Belgiëroute is bekend. Men wou daar iets aan doen, maar het is blijkbaar niet gemakkelijk om daaraan te werken. Nederland zou bovendien de regels nog willen aanscherpen, wat eventueel de route naar ons land nog zou vergroten.

Geldt deze situatie ook voor onze andere buurlanden? Is er hiernaar reeds onderzoek gebeurd? Wat hebt u reeds ondernomen? Werd hierover reeds met de Nederlandse regering overleg gepleegd?

Staatssecretaris Melchior Wathelet: Mijnheer Doomst, voorafgaand wens ik graag nogmaals te wijzen op het feit dat ik de strijd tegen misbruiken inzake gezinsmigratie en migratie op basis van partnerschappen centraal stel. Ik verwijs hiervoor naar mijn beleidsnota en naar de beslissingen die de regering op 9 november genomen heeft. Zoals aangekondigd, werken mijn diensten momenteel de nodige juridische teksten uit.

Op het vlak van de gezinshereniging worden wij geconfronteerd met een EU-context. Er moeten in dit verband meer bepaald verschillende Europese richtlijnen gerespecteerd worden. De situatie die u aanhaalt, is dan ook niet louter een Belgisch fenomeen. Men zou veeleer moeten spreken van een Europaroute. De verhouding met Nederland is bijzonder, omdat het land zelf bijvoorbeeld strenge voorwaarden oplegt aan de eigen Nederlandse onderdanen die zich willen laten verenigen. Wanneer de Nederlanders naar België komen, zijn wij echter gebonden door de EU-regelgeving waarover ik zonet sprak en is de beleidsruimte dus erg beperkt.

Dit fenomeen is reeds onderzocht op wettelijk, administratief en procedureel vlak. Steeds moet echter worden vastgesteld dat België gebonden is aan de EU-context. Wat wel mogelijk is, is in elk geval een doorgedreven waakzaamheid aan de dag leggen en controleren of de voorwaarden met betrekking tot het vrije verkeer correct worden nageleefd. Dit werd ook reeds door de bevoegde ministers in het verleden aangehaald. De aanpak lijkt mij dan ook te liggen in een doorgedreven samenwerking van de verschillende Belgische instanties. Ik denk hierbij aan het controleren van het feit of de EU-burger ook daadwerkelijk verblijft in België, het controleren van de beroepsactiviteit of van de aanwezigheid van bestaansmiddelen. Een oplossing ten gronde ligt echter inderdaad op EU-niveau.

Persoonlijk heb ik hierover nog geen overleg gepleegd met mijn Nederlandse collega.

Michel Doomst: Mijnheer de staatssecretaris, ik dank u voor uw antwoord waaruit duidelijk blijkt dat wij dit inderdaad in een Europese context zullen moeten aanpakken. Ik neem aan dat u in het vooruitzicht stelt dat daarover nog contact zal worden opgenomen met Nederland. Ik neem ook aan dat mogelijk in een instructie of een rondschrijven nog wat aandacht kan worden gevraagd voor deze problematiek.

Staatssecretaris Melchior Wathelet: In de tweede helft van dit jaar zou er een publicatie komen van de Europese Commissie over het beleid inzake gezinshereniging op Europees niveau.



Michel in beeld

Meer foto's