Michel Doomst, Burgemeester van Gooik & Federaal Volksvertegenwoordiger

het verkrijgen van een rijbewijs zonder examen

Vraag aan staatssecretaris voor Mobiliteit Schouppe op maandag 09 februari 2009

Michel Doomst: Mijnheer de staatssecretaris, ik herinner mij hoe het rijbewijs een zuurverdiend document was. Vandaar dat het mij verbaast dat in ons land jaarlijks ongeveer 10.000 rijbewijzen afgeleverd worden aan bestuurders die zelfs niet eens de wegcode kennen.

Sommigen zouden hun rijbewijs zelfs krijgen zonder het bewijs te moeten leveren – wat toch essentieel is – dat zij kunnen rijden, omdat een buitenlands, soms vervalst, rijbewijs gemakkelijk kan worden omgeruild. Blijkbaar kunnen wij een deel van die vervalste rijbewijzen wel onderscheppen, maar hoe groot het deel is dat wij niet kunnen onderscheppen, blijft onbekend.

Wat is uw standpunt ter zake? Met welke acties wilt u dat probleem aanpakken? In feite is het toch een heel gevaarlijke situatie, zowel voor de betrokkenen als voor de omgeving waarin zij zich met hun rijbewijs bewegen.

Staatssecretaris Etienne Schouppe: Mijnheer de voorzitter, ik heb een karrenvracht aan vragen gekregen, waarop ik zal proberen voldoende omstandig te antwoorden, misschien evenwel niet tot algehele tevredenheid.

Op de vraag van de heer Doomst kan ik antwoorden dat ingevolge internationale bilaterale akkoorden, de Europese Unie niet meegerekend, ons land de rijbewijzen aanvaardt van een negentigtal landen. Jaarlijks gaat het om ongeveer tienduizend rijbewijzen die worden omgeruild tegen een Belgisch rijbewijs. Die omruiling gebeurt in de gemeente, die over een specimen beschikt van alle buitenlandse rijbewijzen.

Wanneer de gemeente twijfels heeft over de geldigheid van het buitenlands rijbewijs, wordt het voorgelegd aan de Centrale Dienst voor de Bestrijding van Valsheden, een dienst van de federale politie. Op die manier worden er jaarlijks een kleine tweeduizend vervalste rijbewijzen ontdekt, die dus geen aanleiding kunnen geven tot omruiling.

Het is duidelijk dat het niet zo eenvoudig is om zeer goede vervalsingen op te sporen. Wij kunnen ook vermoeden dat in een aantal gevallen het rijbewijs gewoon wordt gekocht in het land van herkomst. Uiteindelijk weten wij dus niet hoeveel van die tienduizend omgeruilde rijbewijzen vervalst of gekocht zijn.

Daarbij is het niet onbelangrijk om na te gaan waar die tienduizend buitenlandse rijbewijzen vandaan komen. Ongeveer 45% komt uit Marokko en Turkije. Daarnaast komt zowat 35% van de rijbewijzen uit landen waarvan wij weten dat er weinig of geen vervalsingen zijn, onder meer de westerse landen, de Verenigde Staten, Canada, Japan, China en Australië.

Wanneer wordt vastgesteld dat een bepaald land te veel vervalsingen of onregelmatigheden geeft, dan wordt er contact opgenomen, samen met Buitenlandse Zaken, met het land in kwestie, om na te gaan hoe dat probleem aangepakt kan worden. Indien dat niets oplevert, zal uiteindelijk het bilateraal akkoord worden opgezegd. Dat is in het verleden al gebeurd met Bangladesh, Pakistan en India.

De opzegging van het bilateraal akkoord is niet evident, aangezien dat dikwijls slaat op onze diplomatieke en buitenlandse relaties met het betrokken land. Bovendien houdt de opzegging van het bilateraal akkoord ook in dat de Belgen in het betrokken land eveneens hun Belgisch rijbewijs niet kunnen omruilen. Er kan dus maar worden omgeruild als er een bilateraal akkoord bestaat.

Concluderend kunnen we stellen dat de omvang van het probleem van de vervalste en gekochte rijbewijzen in zijn juiste context bekeken moet worden. Het klopt zeker niet dat er jaarlijks tienduizend Belgische rijbewijzen worden afgegeven aan buitenlanders die niet kunnen rijden of de wegcode niet kennen. Er bestaat een systeem van verificatie door de gespecialiseerde dienst van de federale politie, en onregelmatigheden met rijbewijzen van een bepaald land worden gesignaleerd aan het betrokken land, teneinde die op te lossen. Eventueel wordt de omwisseling stopgezet of het bilateraal akkoord opgezegd.

Mijnheer De Groote, uw eerste vraag was of de huidige centrale databank van rijbewijzen de oorsprong van het rijbewijs reeds kan opsporen en of er wordt geregistreerd op basis van welk oorspronkelijk document de omwisseling van het rijbewijs gebeurde. Welnu, de omwisseling gebeurt alleen op voorlegging van het origineel buitenlandse rijbewijs en niet op basis van een of ander document. In het centraal bestand van de rijbewijzen wordt het land van afgifte en het nummer van het buitenlandse rijbewijs genoteerd.

Ten tweede, hoeveel personen met een Belgisch rijbewijs hebben hun examen afgelegd in België en hoeveel personen hebben een Belgisch rijbewijs op basis van een omwisseling? Wat is met andere woorden het aandeel van de Belgische rijbewijzen op basis van de omwisseling van een buitenlands rijbewijs, ten opzichte van het geheel? Vanaf januari 2008 tot eind januari 2009 hebben 20.772 personen gebruikgemaakt van een omwisseling, waarvan 10.555, dus ongeveer de helft, afkomstig is van de Europese Unie. In dezelfde periode hebben 152.383 personen hun rijbewijs na examens verkregen. Indien rekening wordt gehouden met alle omwisselingen, krijgt 88% van de personen het Belgisch rijbewijs na een examen en 12% via een omwisseling. Wanneer de omwisseling van rijbewijzen uit de Europese Unie buiten beschouwing wordt gelaten, ontving 94% zijn eerste document na het afleggen van een examen.

Uw derde vraag ging over de Kruispuntbank Authentieke Rijbewijzen en de koppeling die kan worden gemaakt tussen verkeersongelukken en verkeersovertredingen, enerzijds, en de oorsprong van het rijbewijs, anderzijds. Op basis van registratieformulieren naar aanleiding van verkeersongevallen kunnen de identiteit, de nationaliteit en bijgevolg ook het rijbewijs van de personen die in een ongeval zijn betrokken, worden achterhaald. Het betreft dan alleen ongevallen met lichamelijke letsels en geen ongevallen waarbij er alleen stoffelijke schade is. Bovendien zegt de betrokkenheid in een ongeval niets over wie aansprakelijk is voor het ongeval.

Gelet op het relatief klein aantal bestuurders wiens buitenlands rijbewijs werd omgewisseld zonder examens af te leggen, ten opzichte van het geheel van de bestuurders die wel een examen hebben gelegd, zal er wellicht geen relevante correlatie zijn tussen de betrokkenheid bij een ongeval, enerzijds, en het omgewisselde buitenlandse rijbewijs, anderzijds.

Ik kom tot uw vierde vraag, met name of de Centrale Dienst voor de Bestrijding van Valsheden reeds aanbevelingen heeft geformuleerd voor de FOD Mobiliteit of mezelf. Mijn administratie wordt door de Centrale Dienst voor de Bestrijding van Valsheden van de federale politie steeds geïnformeerd betreffende de vastgestelde vervalsingen en de situatie die zich in bepaalde landen voordoet.

Mijn visie omtrent het tegengaan van documentenfraude is de volgende. Ik herinner eraan dat de meeste omwisselingen gebaseerd zijn op de internationale verdragen van Wenen en Genève. Deze akkoorden opzeggen, is op zijn minst onrealistisch, gelet op het grote aantal landen dat deze verdragen tot regeling van het internationaal verkeer heeft ondertekend. Ook de bilaterale akkoorden zijn maar tot stand gekomen nadat werd onderzocht welke voorwaarden in een bepaald land bestaan om een rijbewijs te bekomen en of hun systeem vergelijkbaar is met ons systeem. Als echter een aantal vervalsingen van een bepaald land wordt vastgesteld, wordt er in samenwerking met Buitenlandse Zaken contact opgenomen met dat land om een oplossing daarvoor te zoeken. Als niet meer aan de Belgische rijbewijsvoorwaarden wordt voldaan, wordt de omwisseling stopgezet en, zo nodig, het bilateraal akkoord opgezegd.

Ik komt tot uw zesde vraag, omtrent de rol van de gemeenten in de registratie, en uw vraag of er gemeenten zijn die achterblijven in de gegevensoverdracht. Uit de voor ons beschikbare informatie, in casu het centrale bestand van rijbewijzen en inspectieverslagen, blijkt dat het overgrote deel van de gemeentebesturen zich nauwgezet houdt aan de reglementaire gegevensoverdrachten.

Ik kom tot de vragen van de heer Van Biesen over de vervalste rijbewijzen. Om de rijbewijzen beter te laten beveiligen, zodat het namaken moeilijker wordt, moet u eerst en vooral beseffen, mijnheer Van Biesen, dat de problematiek van de vervalste rijbewijzen niet de Belgische rijbewijzen betreft, maar de buitenlandse die al dan niet vervalst of gekocht zijn.

Moeten wij de ambassades op de hoogte brengen van de praktijken en hen vragen extra omzichtig te zijn? De internationale en bilaterale akkoorden zijn gebaseerd op de wederzijds erkenning van het rijbewijs. Op basis van deze akkoorden volstaat het dat een buitenlander zich in het land in kwestie met zijn origineel rijbewijs aanbiedt om het Belgisch rijbewijs te verkrijgen. In geval van twijfel wordt het bewijs ter controle naar de federale politie gestuurd.

Wat denk ik over de werkwijze van onze noorderburen in deze materie? Ik ben van oordeel dat de Belgische en de Nederlandse situatie historisch bekeken moeten worden.

Zoals in vele andere landen hebben wij hier de traditie van de bilaterale akkoorden. Nederland lijkt mij een uitzondering te zijn. Het is dus niet zo evident de uitzondering als voorbeeld te nemen, zeker niet in het kader van de groeiende mondialisering, waar blijkbaar weinig plaats is voor de Nederlandse gastvrijheid op dit vlak.

Mijnheer Mortelmans, u vroeg een lijst van landen waarmee een bilateraal akkoord werd gesloten en waarvan in de praktijk blijkt dat de afgifte van rijbewijzen er kan gebeuren aan personen die niet over de vereiste theoretische en praktische kennis beschikken. U vroeg ook of er veel vervalsingen in omloop zijn.

Mijnheer Mortelmans, ik durf te veronderstellen dat u op een of andere manier beschikt over een lijst van landen die niet in orde zijn wat de afgifte van het rijbewijs betreft, maar ik heb die niet. Ik kan die lijst ook niet opstellen. Ik heb wel een lijst van landen waarmee wij een internationaal of een bilateraal akkoord hebben gesloten. Die lijst is trouwens gepubliceerd naar aanleiding van een schriftelijke vraag van uw collega, mevrouw Jansegers, waarnaar u duidelijk verwezen hebt.

Wat de bilaterale akkoorden betreft, kan ik u verzekeren dat die niet zomaar tot stand komen. Er wordt telkens nagekeken wat in het betrokken land de voorwaarden zijn om een rijbewijs te verkrijgen en of die vergelijkbaar zijn met ons systeem. De wijziging van die voorwaarden wordt opgevolgd door onze administratie, in samenwerking met Buitenlandse Zaken Als er wijzigingen worden vastgesteld, wordt er contact genomen met het land in kwestie. Wanneer aan een probleem niet wordt geremedieerd, wordt het akkoord opgezegd. Het is trouwens al meermaals gebeurd dat wanneer niet meer wordt voldaan aan onze rijbewijsvoorwaarden, de omruiling wordt stopgezet. Ik verwijs ook daarvoor naar het antwoord dat ik op de schriftelijke vragen van mevrouw Jansegers heb gegeven.

Wat de vervalsingen betreft, kan ik alleen verwijzen naar de bevindingen van de Centrale Dienst voor de Bestrijding van Valsheden van de federale politie en de ongeveer 2.000 vervalste rijbewijzen die per jaar worden vastgesteld.

Uw tweede vraag ging over de eventuele opzegging of herziening van bestaande bilaterale akkoorden, zodat enkel tot uitwisseling van rijbewijzen wordt overgegaan indien de verzoekers eerst met succes een aangepaste theoretische en praktische proef hebben afgelegd waarmee zij hun rijvaardigheid en hun kennis van ons land aantonen. Ik herhaal, voor de zoveelste keer, dat ik niet van plan ben de bestaande bilaterale akkoorden zomaar op te zeggen of te herzien.

Zoals ik al meermaals heb verklaard, wordt een eventuele wijziging van de rijbewijsvoorwaarden in een welbepaald land door mijn administratie opgevolgd en worden de nodige maatregelen genomen, wanneer er onregelmatigheden worden vastgesteld.

Het is niet omdat voor een bepaald land verhoudingsgewijs een aantal fraudegevallen wordt vastgesteld, dat de omwisseling van alle rijbewijzen van datzelfde land moet worden stopgezet. Indien wij ervan uitgaan dat 15% tot 20% van de rijbewijzen uit eventuele probleemlanden komt, dan wordt ook 10% van de omgewisselde rijbewijzen wel degelijk ontmaskerd.

Ik herhaal ook nogmaals dat de gemeenten beschikken over een specimen van alle buitenlandse rijbewijzen die voor omruiling in aanmerking komen. In geval van twijfel kan opnieuw telkens de Centrale Dienst voor de Bestrijding van Valsheden worden ingeschakeld. Indien wordt vastgesteld dat voor een bepaald land aan de rijbewijsvoorwaarden niet meer wordt voldaan, wordt de omruiling voor alle rijbewijzen van datzelfde land stopgezet. Daarmee herhaal ik ook wat ik reeds eerder heb verklaard.

Wij moeten zeker en vast onze controle op de buitenlandse rijbewijzen aanscherpen. Er kan uiteraard ook door mijn administratie nauwlettender worden toegekeken op de evolutie inzake het aantal vastgestelde vervalsingen van welbepaalde landen, teneinde bijgevolg korter op de bal te spelen, onregelmatigheden aan het betrokken land te signaleren en desnoods het bilateraal akkoord op te zeggen.

Ten slotte zal ik antwoorden op de vragen van de heer Geerts. De eerste vraag ging over de top vijf of de ranking. Er waren Olympische Spelen, zeker?

Uiteraard weten wij alleen voor welke landen de meeste, vervalste rijbewijzen worden ontdekt. De top vijf van de landen voor wie de meeste vervalsingen werden vastgesteld, verandert weinig over de jaren heen.

Ik zal beginnen met goud. Het goud gaat naar Congo. Daarna volgen Kameroen, Guinea, Rusland en Togo.

Inzake de toetsingscriteria voor het omruilen van de buitenlandse rijbewijzen wijs ik erop dat bij het sluiten van bilaterale akkoorden telkens wordt nagekeken wat in het land waarmee het akkoord wordt gesloten, de voorwaarden zijn om het rijbewijs te verkrijgen. Ook wordt nagekeken of hun systeem vergelijkbaar is met het onze. Eventuele wijzigingen van de voorwaarden in de bedoelde landen worden door de FOD, in samenwerking met Buitenlandse Zaken, opgevolgd. Dat heeft geleid tot de stopzetting van de omruiling, ondanks het bestaan van een internationaal, bilateraal akkoord. Ik verwijs naar India.

U zegt dat India in 2008 van de lijst werd geschrapt. De Indische overheid geeft nog steeds een Indisch rijbewijs aan de Belgen die in India wonen. Heeft zulks een impact op de relaties tussen beide landen? India werd bij ons geschrapt. De Indische overheid weet wat wij hebben vastgesteld. Zij reiken onze rijbewijzen nog uit. Zij weten hoe wij te werk gaan. De schrapping heeft derhalve geen enkele impact op de relaties tussen beide landen, wat bijna een erkenning van hunnentwege is dat bij hen een en ander niet koosjer is.

Dan kom ik op de vraag omtrent de Canadese provincie Québec, mijnheer Geerts. U zegt dat een rijbewijs van Québec wel kan worden omgeruild, terwijl dat niet geldt voor de inwoners van de andere provincies. Mijnheer Geerts, in Canada is het rijbewijs een aangelegenheid van de deelstaten of staten. Wij hebben een diplomatiek akkoord tot wederzijdse erkenning met Québec, Alberta en Ontario. De rijbewijzen van de overige provincies komen niet in aanmerking voor omwisseling naar een Belgisch model, vermits er met hen geen akkoord is gesloten. Zo eenvoudig is dat.

Dan kom ik op uw vraag om de huidige reglementering te evalueren. Wij zijn nu eenmaal gebonden door internationale en bilaterale akkoorden, die niet zomaar kunnen worden opgezegd. Zij creëren ook voordelen voor de Belgen in het buitenland en maken dikwijls deel uit van een diplomatiek en economisch pakket. Misschien behoort 15 tot 20 procent van de omgeruilde rijbewijzen tot mogelijke risicolanden, maar het is absoluut niet juist dat alle rijbewijzen uit die landen vervalst of verkocht zijn. Wij hebben een systeem in het leven geroepen dat relatief goed werkt. De gemeenten beschikken over een specimen van die rijbewijzen en in geval van twijfel is er de Centrale Dienst voor de Bestrijding van Valsheden. Ik herhaal nog eens dat 2.000 vervalsingen werden ontdekt. Wij moeten onze controle op de buitenlandse rijbewijzen zeker en vast aanscherpen. Ik geef dat toe. Er zal door mijn administratie ook nauwlettender worden nagekeken welke de evolutie is, land per land, om maatregelen te kunnen nemen.

Ik dring er echter op aan zich in te denken dat in België enorm veel internationale instellingen zijn gevestigd, dat er enorm veel ambassades, economische en sociale secretariaten van de verschillende landen zijn en dat ons land erg internationaal georiënteerd is. Brussel is misschien de meest internationale stad ter wereld en die ligt nu eenmaal binnen onze landsgrenzen. Wij kunnen de situatie in ons land niet zomaar vergelijken met om het even welk ander land in Europa of ter wereld. Onze internationale oriëntatie heeft onvermijdelijk gevolgen. Ik mag er in deze aangelegenheid niet aan denken om alles op één hoopje te gooien of om alles zomaar overboord te gooien. Dat moet u begrijpen.

Tot daar, mijnheer de voorzitter, mijn omstandig antwoord op de vele vragen die de collega’s hierover hebben gesteld.

Michel Doomst: Mijnheer de voorzitter, mijnheer de staatssecretaris, ik dank u voor uw omstandig en gedetailleerd antwoord.

Ik had gekeken naar Nederland omdat men daar wat strenger is en we daaruit misschien wat konden leren. Uit uw antwoord leer ik dat de internationale samenwerkingsovereenkomsten daar anders liggen en we daaruit op korte termijn weinig zullen leren.

Een tweede les is dat we dit vooral vanuit de gemeenten heel accuraat zullen moeten blijven opvolgen. Uit uw statistieken blijkt dat dit op federaal niveau heel nauwkeurig wordt opgevolgd en dat het zaak zal zijn om de goede bijgestuurde handleidingen op het juiste moment aan de mensen te bezorgen die daarover op het terrein moeten oordelen.

Dat betekent ook dat er vanuit de gemeenten een tweerichtingsverkeer zal moeten zijn en dat men van daaruit accuraat zal moeten signaleren waar de problemen zijn. Blijkbaar worden akkoorden op tijd en stond opgezegd wanneer het echt noodzakelijk is en ligt de verantwoordelijkheid om daarop te reageren op het lokale niveau.

In die optiek zullen wij de evolutie van de cijfers op de voet blijven volgen.



Michel in beeld

Meer foto's