het project Railease
Vraag aan Minister van Overheidsbedrijven Vervotte op maandag 18 januari 2010
Michel Doomst: Mijnheer de voorzitter, mevrouw de minister, het project Railease werd in september 2008 gelanceerd met een marketingcampagne gericht op een 1200-tal managers en die bleek bij de lancering tot positieve resultaten te leiden.
In het begin van vorig jaar leek het succes toch wat achteruit te gaan. Hoe ervaart en evalueert u dat project na een jaar? Zijn nog aanpassingen gepland? Zullen er nog extra partnershipovereenkomsten worden gesloten? Hoeveel passen werden tot nu toe afgeleverd en zou u dat cijfer kunnen opdelen tussen 2008 en 2009?
Minister Inge Vervotte: Mijnheer de voorzitter, het project Railease wordt door bedrijven als uiterst positief ervaren. De huidige economische situatie zorgt er echter voor dat het beslissingsproces bij bedrijven langer duurt dan normaal. Daardoor is de toename van het aantal moederkaarten in 2009 verminderd.
Het product Railease benadrukt sterk de rol van de NMBS als bevoorrechte mobiliteitspartner. De NMBS voorziet in de nabije toekomst de koppeling van het regionaal vervoer, meer bepaald de Lijn en TEC met Railease. Op langere termijn wordt ook de mogelijkheden bekeken om een samenwerking aan te gaan met de MIVB, parkings en taximaatschappijen. Het is de bedoeling om van het product Railease een volwaardige mobiliteitsportefeuille te maken.
Naast degene die in het antwoord op de vorige vraag van midden 2009 werden gegeven, werden er de voorbije maanden nog partnerships met andere leasingmaatschappijen gesloten, onder andere met PSA. In 2008 werden 928 Railease-moederkaarten afgeleverd. In 2009 werden er nog eens 469 Railease-moederkaarten in omloop gebracht.
Michel Doomst: Het lijkt mij goed om in een breder samenwerkingsakkoord naar de regio’s te gaan. Andere faciliteiten- en samenwerkingsverbanden zijn welkom.


Michel in beeld
Meer foto's