het actieplan tegen zelfdoding
Vraag aan Minister van Overheidsbedrijven Vervotte op maandag 18 januari 2010
Michel Doomst: Mevrouw de minister, spijtig genoeg brengt het spoor vaak dramatische voorvallen van zelfmoord of zelfmoordpogingen met zich.
Er was afgesproken dat 34 zogenaamde hotspots, gespreid over 21 gemeenten, zouden worden gedistilleerd, teneinde na te gaan op welke manier het bewuste risico aldaar tot een minimum kon worden beperkt. De hotspots zouden een bezoek van de cel Preventie Zelfdoding op het Spoor krijgen.
De eerste resultaten mochten wij in de loop van 2010 verwachten.
Kunt u enige toelichting bij de stand van zaken van het actieplan geven?
Kunt u enige toelichting bij de evaluatie door Infrabel van de kosten geven?
Gaat het overleg met de verschillende overheden over het actieplan de goede richting uit?
Op welke manier worden de treinbestuurders die met zelfmoord en zelfmoordpogingen worden geconfronteerd, momenteel opgevangen?
Hebt u al cijfers voor 2010 van het aantal betrokken personen en van de vertragingen als gevolg van zelfmoorden en zelfmoordpogingen?
Minister Inge Vervotte: Mijnheer de voorzitter, er bestaan uitgebreide dossiers van de 21 steden en gemeenten waarin de 34 zogenaamde hotspots zich bevinden. Om de voorgestelde infrastructuurwerken uit te voeren, is er een voorafgaande procedure nodig, die onder meer extra opmetingen, de toewijzing van de opdracht, de opmaak van de uitvoeringsdocumenten en de gunningprocedure behelst.
Die fase is voor een groot deel van de hotspots reeds gestart. Op die manier kunnen we tegen het einde van 2010 in een grote meerderheid van de hotspots infrastructurele verbeteringen verwachten.
Daarnaast wordt in samenwerking met de experts binnen en buiten de NMBS-groep extra maatregelen onderzocht, zoals bijkomende opleiding voor personeel en een affichagecampagne.
Voorts bouwt de cel Preventie Zelfdoding op het Spoor ook zijn netwerk met belangrijke binnenlandse en buitenlandse experts en werkgroepen verder uit.
Ook werd in januari 2010 na analyse van de recentste cijfers vier nieuwe gemeenten aan het dossier toegevoegd. Hier zal in de komende weken ook een plaatsbezoek gebeuren.
In 2009 werd door de cel Preventie Zelfdoding op het Spoor met voorlopige kostenramingen gewerkt. Die worden voorlopig met het oog op de uit te voeren infrastructuurwerken verder uitgevoerd door de bevoegde mensen van Infrabel en TUC RAIL, zodat over enkele maanden een duidelijk beeld van de kosten beschikbaar moet zijn.
In het kader van het actieplan is met de verschillende lokale overheden contact genomen. Infrabel zal de komende weken een bijkomende poging doen om de nog niet bezochte gemeenten te overhalen voor een overleg, onder andere via de contacten van de cel Preventie Zelfdoding op het Spoor in de gezondheidssector.
De cel heeft ook contact genomen met de eventuele psychiatrische centra in de betrokken gemeenten. Die overlegmomenten verlopen vlot en worden weldra afgerond.
Een zelfdoding of een poging tot zelfdoding wordt als een kritisch incident beschouwd. Onmiddellijk na het incident wordt opvang voor de betrokken bestuurder georganiseerd door een daartoe opgeleide hulpverlener, die de morele en materiƫle opvang en ondersteuning van de treinbestuurder verzekert.
De bestuurder zal in elk geval verboden worden zijn dienst voort te zetten. Na de eerste opvang is er ook nog de mogelijkheid tot professionele begeleiding door een preventieadviseur-arbeidsgeneesheer en of een preventieadviseur-psycholoog.
Infrabel registreert alle incidenten en ongevallen op de spoorweginfrastructuur. Een van de rubrieken is Aanrijding van Personen, zonder dat daarbij de absolute zekerheid bestaat of het gaat om een zelfdoding of niet.
In 2008 werden 133 aanrijdingen geregistreerd, die ongeveer 54 000 minuten vertraging hebben veroorzaakt. In 2009 waren er 155 aanrijdingen die 68 385 minuten vertraging hebben veroorzaakt.
Toch moet hierbij een belangrijke kanttekening worden gemaakt. De resultaten van een actieplan ter voorkoming van zelfdoding kunnen niet in een cijfer worden uitgedrukt. Het is trouwens niet alleen een actie van de spoorweggroep, die voor het aantal bepalend zal zijn. De algemene maatschappelijke context is zeker even belangrijk.
Samen met Infrabel ben ik van oordeel dat een spoorweginfrastructuurbeheerder de plicht heeft om samen met alle andere instanties mee te werken aan een oplossing voor dat menselijke en maatschappelijke probleem. Hij heeft zich daartoe geƫngageerd. Ik moet zeggen dat dat op een serene manier gebeurt.
Michel Doomst: Dank u, mevrouw de minister, voor de concrete antwoorden in dit toch wel delicate dossier. We kijken al uit naar de resultaten eind 2010.
Ik ben ook blij dat door nauwkeurige opvolging vier nieuwe gemeenten op de lijst zijn ingeschreven en ik hoop dat de lokale besturen ter zake hun verantwoordelijkheid nemen. Uit recente feiten blijkt immers dat het gevaar op zelfdodingen niet geweken is en in de toekomst zelfs acuter kan worden.


Michel in beeld
Meer foto's