de zoektocht naar nieuwe korpschefs
Vraag aan Minister van Binnenlandse Zaken Turtelboom op woensdag 21 april 2010
Michel Doomst: Mevrouw de minister, naar wat commisaris-generaal Koekelberg vooropstelt, is het voor de politie alsmaar moeilijker om korpschefs te vragen om voor de job te kandideren. Hij meent dat dat onder meer te maken heeft met het feit dat de hoge bomen veel wind vangen en dat vooral de laatste tijd politiebazen het niet gemakkelijk hebben.
Ik wilde de minister vragen of die problematiek als ernstig moet worden ingeschat. Moeten we er zoveel draagwijdte aan geven als de commisaris-generaal vooropstelt?
Is het in bepaalde regio’s moeilijker dan in andere om te rekruteren, en heeft dat te maken met de aard en de grootte van de politiezones?
Zij er plannen om voor die mogelijke problematiek oplossingen te vinden?
Minister Annemie Turtelboom: Mijnheer de voorzitter, uit gegevens van de directie mobiliteit- en personeelsbeheer van de federale politie blijkt dat in 2008 in totaal 21 bedieningen van korpschef van de lokale politie werden gepubliceerd. Slechts in drie gevallen had zich na twee publicaties nog geen kandidaat aangemeld, namelijk in de politiezones Lanaken, Dijleland en Botte du Hainaut.
Wat de politiezone Lanaken betreft heeft dat te maken met de wens tot schaalvergroting binnen de regio. Het KB dat de fusie met Maasmechelen mogelijk maakt stond gisteren in het Belgisch Staatsblad. Ook de politiezone Dijleland is een klein korps. Wat betreft de politiezone Botte du Hainaut heeft zich na een derde publicatie een kandidaat gemeld. Voor de politiezone Ath is momenteel een tweede publicatie lopende tot in mei.
Het feit dat er zich voor bepaalde politiezones weinig kandidaat-korpschefs melden heeft blijkbaar vooral te maken met de kleinschaligheid van die zones. Er kan eventueel ook een probleem zijn van een te geringe loonspanning tussen de korpschef en zijn directe medewerkers, vooral in de kleine zones van categorie 1 en 2. Dat moet worden meegenomen in de meer globale benadering van de functionele verloning. Ook is er nog geen globaal concept voor de verdere loopbaan na mandaat.
Het centrum voor politiestudies organiseerde trouwens een studiedag over leidinggevenden bij de politie waar begeleiding en loopbaanplanning als aandachtspunten werden vooropgesteld. Dat is dus na schaalvergroting en functionele verloning een derde piste voor bijsturing.
Michel Doomst: Mijnheer de voorzitter, mevrouw de minister, ik dank u voor het antwoord en de concrete gegevens. De kleinschaligheid van een aantal zones blijkt voor mensen die zich hoofdcommissaris noemen te weinig aantrekkelijk te zijn. Ik denk dat wij moeten nagaan hoe wij in de toekomst dergelijke zones hoger kunnen valoriseren omdat wij denken dat ook kleinere zones de nabijheidspolitie kunnen bevorderen. Wij moeten in de toekomst iets aan de aantrekkelijkheid van deze zones doen.


Michel in beeld
Meer foto's