Michel Doomst, Burgemeester van Gooik & Federaal Volksvertegenwoordiger

de overbrenging van gevangenen

Vraag aan Minister van Justitie De Clerck op dinsdag 23 maart 2010

Michel Doomst: Mijnheer de minister, het comité P heeft vorig jaar geconcludeerd dat er een structureel hiaat is in de beveiliging van de gevangenen en dat vooral de informatiedoorstroming tussen politie en gerechtelijke diensten cruciaal is. Er zijn ook een aantal aanbevelingen gedaan en er zijn ondertussen een aantal werkgroepen opgericht om de kwestie verder op te volgen, vooral de afstemming tussen de databanken van politie en Justitie. Er is ook beloofd om een en ander in een nieuwe rondzendbrief op te nemen.

Wat is de stand van zaken inzake de optimalisering van de informatiedoorstroming? Zijn de resultaten al zichtbaar? Hoe zal men voortwerken aan die problematiek? In welke mate werden de databanken al op elkaar afgestemd?

Sabien Lahaye-Battheu: Mijnheer de minister, in oktober bent u al ondervraagd over de risicoanalyse van het ontsnappingsgevaar bij het overbrengen van gedetineerden naar gerechtsgebouwen. Zowel de lokale politie van de zone waar de gevangenis ligt, als die van de zone waar het gerechtsgebouw ligt, moet vooraf het gevaar inschatten. Die inschatting gebeurt aan de hand van informatie uit de databank van Justitie, SIDIS, die wordt gevoed door de gevangenisdirecteuren. Daarin staat alleen informatie over het gedrag van de gedetineerden binnen de gevangenis en dus niet alle relevante gegevens die nodig zijn om een optimale analyse te maken, meer bepaald het gedrag buiten de gevangenis, bij overbrenging enzovoort. Die informatie vindt men in de algemene nationale gegevensbank van de politie, maar die is niet goed afgestemd op de databank van Justitie.

De gebrekkige informatiestroom en de slecht gevoede databank werden reeds in 2003 door het comité P aangekaart. Naar aanleiding daarvan werd gestart met een functionele analyse om de doorstroming tussen SIDIS en ANG beter te laten verlopen. Die analyse werd vorig jaar afgerond en omvat een beschrijving van de operationele behoeften waaraan de databank moet voldoen. De nieuwe databank zal gebaseerd zijn op SIDIS en uitgaan van een informatiestroom in twee richtingen tussen de politie en de gevangenisdirectie. Ook de magistratuur zou de databank moeten kunnen raadplegen. Er zal worden gewerkt met een fiche per gedetineerde, die alle nodige informatie zal bevatten over het risico van ontsnapping.

De werkgroep MFO1 van de geïntegreerde politie, die de criteria zal vaststellen op basis waarvan het dreigingsniveau per gedetineerde en per transfer zal worden bepaald, stelde eind augustus 2009 voor een onafhankelijk orgaan voor de dreigingsanalyse op te richten, waarin alle betrokken diensten zijn vertegenwoordigd. In een reactie hebt u toen gezegd dat het een zeer goede piste is, gezien de complexe problematiek van het correct en tijdig aanwenden van de juiste databanken volgens de juiste procedure.

U kondigde aan met uw collega van Binnenlandse Zaken te zullen overleggen hoe dat concreet kon worden ingevuld. U gaf aan dat de capaciteit, die nu versnipperd wordt ingezet voor de risicoanalyse, gecentraliseerd zal worden, om te komen tot een uniforme werkwijze.

Mijnheer de minister, ik heb de volgende opvolgingsvragen. Ten eerste, wat is de stand van zaken inzake de ontwikkeling van die moderne elektronische databank?

Ten tweede, werden, in afwachting daarvan, in de afgelopen maanden wijzigingen aangebracht aan de werkwijze van de huidige databank, opdat de politie een meer adequate risicoanalyse kan maken?

Ten derde, wat is de stand van zaken inzake de oprichting van een onafhankelijk orgaan voor de dreigingsanalyse?

Minister Stefaan De Clerck: Mevrouw de voorzitter, ik kan verwijzen naar de vraag van oktober van vorig jaar. Het betreft eigenlijk een opvolgingsvraag van een vraag die door u werd gesteld, mevrouw Lahaye-Battheu.

Ondertussen zijn de technische aspecten in verband met de informatie-uitwisseling tussen de DG EPI en de federale politie volledig uitgetekend, wat betekent dat beide databanken technisch op elkaar afgestemd zijn. De administratie kan het operationele gedeelte dus opstarten. Op het niveau van EPI is de toepassing zo goed als klaar. Deze maand starten in de gevangenissen van Gent en Mons de pilootprojecten. De pilootprojecten hebben als doel de operationalisering over heel het land voor te bereiden, de interne processen om de databank te voeden, te verfijnen en de technische gegevens aan de dagelijkse realiteit te toetsen.

Naar gelang van de resultaten van de pilootprojecten zullen de toepassingen en de processen ofwel herwerkt worden, ofwel naar alle gevangenissen uitgebreid worden.

Met de federale politie werden de nodige afspraken gemaakt. Zij zal zich inschrijven in de pilootprojecten in Gent en Mons. Zoals u zelf stelt, maakt de oprichting van een onafhankelijk orgaan deel uit van het voorstel van de geïntegreerde politie. Het voorstel ligt momenteel ter onderzoek bij het College van de procureurs-generaal. De onafhankelijke analyse vormt een deel van het werk. Ik wacht dus nog op het advies van het College van de procureurs-generaal en van het directoraat-generaal EPI. Ik denk dat het vernieuwde systeem nu bijna operationeel is, met een pilootproject, om zeker te zijn dat alles behoorlijk functioneert. Laten we hopen dat het een verbetering is, die ook noodzakelijk is.

Michel Doomst: Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord. Ik neem aan dat het sowieso een verbetering zal zijn. De twee pilootprojecten kunnen starten. Dat betekent dus dat wij in de loop van dit jaar of op het einde van dit jaar de zaak ongeveer in de goede richting kunnen krijgen. Dus vanaf volgend jaar zou alles normaal gezien op wieltjes moeten lopen.

Minister Stefaan De Clerck: Als alles normaal loopt, als de pilootprojecten goed werken en de databanken behoorlijk werken, wordt alles dit jaar afgehandeld.

Michel Doomst: Het hoeft dus geen proces voor een hele lange tijd te zijn.

Sabien Lahaye-Battheu: Mijnheer de minister, ik dank u op mijn beurt voor de concrete stappen die gedaan zijn sinds 1 oktober.

Wordt er vandaag bijvoorbeeld in Gent al samengewerkt?

Minister Stefaan De Clerck: Er wordt mee gestart. Gebeurt dat vandaag of morgen of vanavond, dat weet ik niet. Deze maand worden de pilootprojecten in Gent en Mons opgestart. Misschien zijn ze al opgestart. Daarvoor moet ik de informatie bekijken. De start is gepland voor deze maand.

Sabien Lahaye-Battheu (Open Vld): Is er een duur vastgelegd voor die pilootprojecten?

Minister Stefaan De Clerck: Dat is mij niet bekend. Ik durf nu geen uitspraken doen over het tijdstip wanneer de rest van de gevangenissen volgt. Ik kan mij voorstellen dat er toch een zekere periode nodig is voor die pilootprojecten. Ik heb nu geen informatie over hoelang de pilootprojecten geacht worden te lopen vooraleer men de rest aanpakt. Ik heb het gevoel dat ze minimaal een aantal weken moeten functioneren om te kijken of er geen fouten in zitten. Ik durf mij er nu niet over uit te spreken. Ik heb die informatie niet. Ik blijf dus voorzichtig.

Sabien Lahaye-Battheu (Open Vld): Ik had ook een vraag over het onafhankelijke orgaan. Dat wordt nog onderzocht?

Minister Stefaan De Clerck: Dat dossier is in onderzoek bij de administratie en het college van procureurs-generaal.



Michel in beeld

Meer foto's