Michel Doomst, Burgemeester van Gooik & Federaal Volksvertegenwoordiger

de beveiliging van het rijksregister

Vraag aan Minister van Binnenlandse Zaken Turtelboom op woensdag 10 maart 2010

Michel Doomst: Mevrouw de minister, vorig jaar, naar aanleiding van het pijnlijke overlijden van zangeres Jasmine, is het probleem aangekaart dat door ettelijke honderden politieagenten naar de gegevens van de betrokkene is gespeurd. Iedereen besefte op dat ogenblik dat de privacy bij een dergelijk gebeuren in het gedrang kan komen. Men was het erover eens dat de politie natuurlijk persoonsgegevens moet kunnen inkijken, maar de vraag naar wat meer beveiliging is toch gerezen.

Is er gevolg gegeven aan de problematiek die toen duidelijk is geworden? Welke mogelijkheden tot beveiliging worden momenteel onderzocht? Kunnen er in dergelijk delicate toestanden specifieke acties worden ondernomen tegen agenten? Hebt u weet van andere gelijkaardige misbruiken, met andere personen en in andere situaties?

Minister Annemie Turtelboom: De politionele databank ANG en het rijksregister zijn toegankelijk voor politiemensen die daartoe specifiek gemachtigd worden door hun respectieve hiërarchische oversten, op basis van het principe “need to know”. Voor de lokale politie is de korpschef hiervoor bevoegd. Voor de federale politie is dat de directeur.

In het kader van het toezicht op de eerbiediging van de regels voor de consultatie van databanken die ter beschikking staan van de politiediensten, voert de directie van het beheer van de operationele informatie steekproefcontroles uit van de individuele consultaties van de algemene nationale gegevensbank, inclusief het rijksregister. Die resultaten worden systematisch meegedeeld aan de betrokken korpschefs.

Het komt aan dat de betrokken korpschefs toe om na te gaan of de consultatie van de databank door een bepaald personeelslid gerechtvaardigd was en indien nodig maatregelen te nemen. In dat geval informeert de korpschef ook het comité P. De federale politie beschikt niet over cijfers van het aantal privacyinbreuken die jaarlijks door de bevoegde oversten worden vastgesteld. Uit cijfers van de tuchtraad blijkt echter dat er bij de geïntegreerde politie in 2007 en in 2008 respectievelijk 39 en 61 tuchtstraffen werden opgelegd voor het consulteren zonder toestemming of voor private doeleinden van de politionele gegevensbank.

De tuchtstraffen die aan de betrokken politiemensen werden opgelegd, liepen op van een waarschuwing tot een schorsing bij tuchtmaatregel van twee maanden.

De straf is afhankelijk van het tuchtverleden van de betrokken politieambtenaar, van het motief van de onrechtmatige consultatie en vooral van de gevolgen daarvan.

Voor 2009 zijn de cijfers nog niet beschikbaar.

Er wordt dus opgetreden tegen die heel ongezonde nieuwsgierigheid en dat is uiteraard maar goed ook. Privégegevens zijn geen koopwaar en politiemensen moeten daar te allen tijde heel correct mee omgaan.

Michel Doomst: Bedankt, mevrouw de minister voor de concrete cijfers, het overzicht van de maatregelen en de toelichting bij de aanpak van het fenomeen.

Volgens mij is het belangrijk te waken over de privacy gelet op de toenemende informatisering en het feit dat databanken meer en meer met elkaar in verband worden gebracht. Uit uw antwoord blijkt dat tegen dergelijke praktijken kordaat wordt opgetreden. We hopen dat daar in de toekomst op dezelfde manier over wordt gewaakt.



Michel in beeld

Meer foto's