communicatieproblemen
Vraag aan Minister van Volksgezondheid Onkelinx op maandag 24 november 2008
Michel Doomst: Mijnheer de voorzitter, mevrouw de minister, onlangs hadden wij opnieuw een zoveelste communicatie-incident met de medische urgentiedienst in onze regio. De mensen waren afkomstig uit Tubeke en blijkbaar konden de hulpverleners de vragen van de betrokken familie en personen niet beantwoorden. Het geval was heel ernstig. De hulpeloosheid was dus al groot, maar werd eigenlijk nog groter door een gebrek aan communicatie.
We hebben hier al verschillende debatten over dat dossier gevoerd. Op 29 april heeft u in de commissie gezegd dat u nog wacht op de technische behoefteanalyse. Wat is de huidige stand van zaken in het dossier van de MUG in Halle, waar wij trouwens nog altijd een rendez-vous hebben gepland? Hoe ziet u de situatie op korte of lange termijn evolueren, mevrouw de minister?
Sonja Becq: Mijnheer de voorzitter, ik dacht dat mijn vraag over het PIT daaraan is gekoppeld of ben ik fout?
De voorzitter: Ja, dat is juist.
Sonja Becq: In de agenda staan de drie vragen samengevoegd. Ik mag dus onmiddellijk mijn vraag stellen?
Laurette Onkelinx, ministre: (…)
Le président: C’est à votre demande, madame la ministre. Si vous ne confirmez pas le fait que ces questions ont été jointes à votre demande, je les maintiendrai séparées.
Laurette Onkelinx, ministre: L’une des questions concerne un problème plus général. Il aurait été plus logique d’avoir d’abord la question 36, puis la 36/1: d’abord, la problématique générale, puis le point particulier du Vlaams Brabant.
Si Mme Becq pose maintenant sa question, je pourrai lui répondre de manière générale et en arriver ensuite au suivi particulier.
Sonja Becq (CD&V): Mijnheer de voorzitter, mevrouw de minister, mijn vraag is inderdaad meer algemeen geformuleerd. Mede om te kunnen tegemoetkomen aan de vraag naar dringende hulpverlening, op een kwaliteitsvolle manier en uiteraard ook in het Nederlands, hebt u het PIT-proefproject opgestart, onder andere in de regio Halle. Daarover en over het ruimer project dat tien PIT-projecten omvat, zijn discussies gevoerd. Waar men een MUG heeft, zegt men dat de MUG beter is. Volgens een onderzoek van de KULeuven kan het PIT veel directer en concreter inspelen op een aantal situaties, waarbij het niet onmiddellijk nodig is om een hele MUG te laten uitrukken.
U hebt beloofd dat het eindrapport van het PIT-experiment zou klaar zijn tegen midden november. We zijn nu ongeveer midden november. Daarom wil ik u vragen – ook omdat ik denk dat het consequenties zal hebben voor de concrete situatie – wat uw bevindingen en aanbevelingen zijn op basis van dat rapport. Worden er op basis van het rapport eventueel ook wijzigingen aangebracht in regio’s of in routes? Wat is de invloed van de aanwezigheid van PIT-projecten op de werking van de MUG, voor de regio waarin zulke PIT-projecten zijn voorzien?
U bent van plan om de PIT-projecten uit te breiden. Op basis van welke criteria zult u dat doen? Waar zouden die dan terechtkomen? Plant u eventueel op langere termijn opnieuw een evaluatie?
Minister Laurette Onkelinx: De redactie van het PIT-rapport 2007-2008, over het tweede jaar van het proefproject PIT, is afgerond. Het rapport werd op 6 november voorgesteld aan de Nationale Raad voor dringende geneeskundige hulpverlening.
Il a été envoyé aux participants à l’expérience et sera présenté en décembre au Conseil national des établissements hospitaliers.
De voornaamste conclusies van het rapport zijn de volgende.
De actoren van het project hebben dagelijks een steeds positievere perceptie van het PIT. Het PIT vindt op drie niveaus en op een progressieve manier zijn plaats in het systeem van de dringende geneeskundige hulpverlening. In de zones die door het PIT worden bediend, is er een hele uitbreiding van het aanbod inzake middelen en de kwaliteit van de preziekenhuisopvang, dankzij de deelname van verpleegkundigen intensieve zorg en spoedgevallenzorg, die op het niveau van de zorg een betere kwalificatie bieden dan de hulpverleners-ambulanciers.
Het aantal opdrachten dat aan het PIT wordt toevertrouwd en de verlichting van de werklast van de MUG’s die eruit voortvloeit, bevestigt de waarde van het PIT binnen het systeem.
Ten tweede, ik veronderstel dat uw vraag betrekking heeft op de wijziging van de regulering van de dringende geneeskundige hulpverlening tengevolge van de inwerkingstelling van het PIT. In dat opzicht moet er nota van worden genomen dat de Belgische gids voor medische regulering, die sedert 2008 wordt verspreid, reeds rekening houdt met het PIT en zijn concepten. De resultaten van het experiment zullen, samen met andere informatie over de MUG en de ambulance, materie verschaffen voor een herziening van de gids in de toekomst.
Ten derde, ik begrijp uw vraag in een nogal ruim kader. Als antwoord herneem ik hier de antwoorden die werden gegeven op bepaalde vragen die aan bod kwamen in het licht van de studie “PIT, jaar 2”.
Ten eerste, is een PIT een aanvaardbare oplossing voor het omvatten van de tijd om te wachten op de MUG in het niet-stedelijk gebied met zijn grote afstanden en weinig oproepen? Antwoord: de bestudeerde gegevens tonen duidelijk aan dat de wachttijd korter wordt en dat er in alle soorten omgevingen door de PIT-teams adequate handelingen worden gesteld.
In stedelijke, voorstedelijke of plattelandszones komt de dichtstbijzijnde PIT-ziekenwagen aanzienlijk sneller tussenbeide dan de MUG die dezelfde zone bestrijkt, voor zover de vertrekbasis van het PIT niet eveneens de basis van de MUG is. Zo komt het PIT in Brussel gemiddeld aan na vijf minuten en vierentwintig seconden tegen acht minuten en negen seconden voor de MUG, terwijl de tijd gemeten in Herstal voor het PIT zes minuten en eenenveertig seconden bedraagt en acht minuten en achtenveertig seconden voor de MUG. Deze verschillen zijn statistisch significant. De verstrekkingen door de verpleegkundigen van het PIT gebeuren in overeenstemming met de besluiten die de verpleegkundige handelingen bepalen. De invasieve handelingen gebeuren wanneer de dringendheid het noodzakelijk maakt – hart- en ademstilstand – en in de andere gevallen worden ze uitgesteld tot bij de aankomst van de MUG.
Tweede vraag: vermindert in stedelijk gebied de beschikbaarheid van een PIT het aantal keer dat men een beroep doet op een MUG en maakt dit onder bepaalde voorwaarden een schaalvergroting mogelijk? Antwoord: de MUG-gegevens waarover wij thans beschikken, maken het niet mogelijk om de vermindering van het aantal MUG-opdrachten in de PIT-zones precies te kwantificeren. We stellen daarentegen vast dat het PIT zeer nuttig is voor het verlichten van de werklast van de MUG op drie niveaus. Een, annulering van de MUG-opdrachten door de 100-centrales. Twee, vervroegd vrijmaken van de MUG omdat de patiënten opgevangen worden door het paramedisch interventieteam. Drie, verlichten van de werklast van de MUG bij de transfers tussen ziekenhuizen. De becijferde evaluatie van de globale impact van de aanwending van de PIT’s op de opdrachten van de MUG’s zal pas binnen enkele maanden kunnen worden afgerond, wanneer we zullen kunnen beschikken over alle gegevens met betrekking tot het jaar 2008.
Het rapport van het tweede activiteitsjaar van de PIT’s wordt nu vertaald en is dus nog niet beschikbaar. U kunt echter als bijlage een kopie in het Frans en het Nederlands vinden van de Powerpointbestanden die dienden voor de voorstelling van het rapport tijdens de plenaire vergadering van de PIT’s op 19 november.
Ten vierde, de PIT-projecten werden geselecteerd middels een oproep tot kandidatuurstelling. Een eerste klassement werd voorgesteld op basis van een evaluatierooster dat de kwaliteit van elk dossier bestudeert. De vooraf geselecteerde verantwoordelijken van de projecten werden ontvangen, geïnterviewd en geklasseerd op basis van een lijst met coherente criteria. Dit klassement werd voorgelegd aan minister Demotte en daarna aan minister Donfut. Ik overweeg om door te gaan met deze manier van selecteren. Over de creatie van nieuwe PIT’s moet echter ook nagedacht worden met een planningsperspectief voor ogen. Mijn administratie en haar deskundigen werken hier reeds aan. Ik kon voor het jaar 2009 nieuwe middelen vrijmaken in B4 van het budget van financiële middelen van de ziekenhuizen evenals een bedrag van 960.000 euro binnen de financiële middelen van de Staat om het experiment in 2009 te verlengen, om 6 nieuwe PIT’s te creëren en om de jaarlijkse financiering van elke PIT op 120.000 euro te brengen.
Ten vijfde, de facto komt er elke maand een stuurcomité samen om de PIT-projecten te omkaderen. Dit comité waakt over een doorlopende evaluatie. De nieuwe prioriteit zal het voorstellen zijn van de teksten die een PIT-programmatie organiseren, financieren en definiëren.
Wat betreft de vraag van de heer Doomst, er zijn zeven maanden verlopen sedert uw laatste vraag over de communicatieproblemen bij de dringende geneeskundige hulpverlening. Ik moet dus snel even de historiek van de problematiek in herinnering brengen. De MUG-functies werden toegekend aan de ziekenhuizen die dit hebben aangevraagd, op basis van de programmeringscriteria vastgelegd door het KB van 20 september 2002 ondertekend door de ministers Tavernier en Vandenbroucke.
Het ziekenhuis van Halle heeft zich nooit kandidaat gesteld voor een MUG-functie. Dat is de enige oorzaak van de huidige problemen. Mijn voorganger heeft, zich baserend op de evaluatie van de gegevens afkomstig van de registratie van de activiteiten van de MUG’s, tien experimenten gelanceerd om te bepalen of in heel wat gevallen een ploeg bestaande uit een ambulancier en een verpleegkundige dringende geneeskundige hulpverlening niet zou volstaan. Het betreft de PIT-projecten. Die ploeg werkt onder de permanente supervisie van de urgentieartsen van het ziekenhuis waar het PIT zijn basis heeft.
In Halle maakt het PIT het voor de bevolking mogelijk om in het Nederlands te worden opgevangen. Het project dat ingesteld werd in Halle is het voorwerp van een buitengewone financiering, zeer nauw aansluitend bij die van een volledige MUG. Ik onderstreep dat het ziekenhuis van Halle tot nu toe het enige is in België dat een financiering geniet die drie keer hoger ligt dan die van de andere PIT’s.
Ik stel vast dat het dossier van Halle reeds aanleiding gaf tot talrijke parlementaire vragen en diverse brieven van de gemeenten uit het westen van de provincie Vlaams-Brabant. Ik zal al die brieven niet inventariseren, maar ik moet tot mijn spijt vaststellen dat er nog steeds een officiële en eenduidige aanvraag van de voornaamste actor ontbreekt, namelijk het regionaal ziekenhuis Sint-Maria Halle, dat nochtans meerdere malen door mijn administratie hierover werd aangesproken. Bij uw vorige interpellatie deelde ik u mee dat ik wachtte op een antwoord van de Commissie Dringende Geneeskundige Hulpverlening.
Ik ontving de conclusies van de technische analyse en de validatie ervan door het bureau van de commissie Dringende Geneeskundige Hulpverlening van de provincie Vlaams-Brabant, die de oprichting van een MUG in Halle voorstelt. Ik liet een nieuwe evaluatie uitvoeren van de programmering van de MUG’s in het Vlaams Gewest en op basis van de evolutie van de bevolking maakt dat het mogelijk om het aantal MUG-functies in het Vlaams Gewest naar 45 te verhogen.
Aangezien de erkenning van de MUG’s een Gewestbevoegdheid is, heb ik op 23 juli 2008 een brief gestuurd naar mijn collega van het Vlaams Gewest, minister Vanackere, waarin ik hem informeerde over de opportuniteit om in Halle een MUG te programmeren en eveneens in Zottegem en Geraardsbergen, waar er andere problemen zijn. In diezelfde brief stelde ik ook voor om een interkabinettenvergadering te houden om de keuze van deze MUG’s goed te keuren. Ik kreeg tot op heden nog geen antwoord op deze brief.
Michel Doomst: Mevrouw de minister, bedankt voor uw zeer uitvoerig antwoord waaruit wij toch kunnen opmaken dat de mogelijkheden voor de oprichting van een MUG in Halle zeer reëel zijn. Er zijn mogelijkheden binnen de bestaande enveloppe. Het zal nu afhangen van de lokale verantwoordelijken en het lokale initiatief om tot een resultaat te komen. Ik zal niet nalaten om ook die instanties aan te porren om zich tot u te wenden om zo de piste officieel op gang te duwen


Michel in beeld
Meer foto's