Michel Doomst, Burgemeester van Gooik & Federaal Volksvertegenwoordiger

aankoop van het Rijkswachtgebouw door de stad Halle

Vraag aan Minister van Financiën Reynders op woensdag 27 januari 2010

Michel Doomst: Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, naar aanleiding van een KB dat de overdracht van overheidsgebouwen regelt en in het Staatsblad van november 2003 werd gepubliceerd, heeft de stad Halle in september 2004 reeds blijk gegeven van het feit vragende partij te zijn voor de volledige aankoop van het vroegere rijkswachtgebouw. Die overdracht is uiteindelijk geregeld bij KB van april 2007 en gepubliceerd in juni 2007, waarbij ongeveer 70 % van de rijkswachtkazerne werd overgedragen aan de stad Halle. Dat is meteen de start geweest van het aankoopdossier voor de overige 30 % van de kazerne. De betrokken instanties waren de Regie der Gebouwen en het Aankoopcomité van de Federale Overheidsdienst Financiën.
Er werd door OVAM echter geen gunstig bodemattest afgeleverd. De stad Halle heeft wel een algemene vergadering met alle partijen georganiseerd. In april 2008 is er een schrijven gekomen van de Regie der Gebouwen om met terugwerkende kracht huurgeld te betalen voor de resterende 30 %, al is dat nooit overeengekomen. Een klachtenbrief daarover werd tot nu toe niet beantwoord.
Intussen is het maar liefst van september 2004 geleden dat Halle vragende partij was voor de aankoop van de overige 30 % van het voormalig rijkswachtgebouw. Dat schetst hoelang die toestand, die blijkbaar de dienst uitmaakt bij de Regie der Gebouwen, blijft aanslepen.
De kosten voor de aankoopprijs van het gebouw werden sinds 2004 al in de begroting van de stad Halle opgenomen, zonder dat de stad het voorziene budget kan uitbesteden. Het is ook evident dat de vraagprijs voor de overige 30 % wellicht niet meer actueel zal zijn.
Erkent u de vrij nijpende problematiek met betrekking tot de aankoop van de kazerne?
Zal nu op korte termijn werk worden gemaakt van de aansporing tot het te koop stellen van de overige 30 % van het gebouw?
Is het aangehaalde voorbeeld een uitzondering of zijn er nog soortgelijke voorbeelden? Welke maatregelen kunnen wij nemen om de procedures van de Regie der Gebouwen sneller en efficiënter te laten verlopen?
Minister Didier Reynders: Mijnheer de voorzitter, hoewel de informatie van mijnheer Doomst grotendeels correct is, moeten niettemin volgende bemerkingen gemaakt worden.
Ten eerste, met het K.B. van 27 april 2007 werd inderdaad 69,31 % van de voormalige rijkswachtkazerne aan de politiezone overgedragen. Aangezien de politiezone Halle eveneens kandidaat was om de overige 30,69 % aan te kopen, werd dit probleem opgenomen op de lijst van zaken die, gelet op het principe van openbare verkoop van de onroerende goederen van de Staat, door de Ministerraad moeten worden goedgekeurd.
Dit gebeurde effectief op 24 april 2009. Op 22 juni 2009 werd een geactualiseerde raming van 519 186 euro, met inbegrip van de onteigeningsvergoeding, zijnde 4,75 %, opgemaakt. Het verkoopdossier werd op 6 november 2009 opgestuurd naar het bevoegde aankoopcomité.
Dan rest ons alleen nog het probleem van de bodemvervuiling. Op dit ogenblik is men bezig met fase 5 van het beschrijvend bodemonderzoek. Na afloop hiervan zal het dossier worden overgemaakt aan OVAM die het al dan niet conform verklaart. Indien OVAM dit dossier inderdaad conform verklaart, kan effectief tot verkoop worden overgegaan. Indien niet, moeten er nog verdere onderzoeken uitgevoerd worden, en kan er een saneringsvoorstel geformuleerd worden, waarna de procedure dient herbegonnen te worden.
Verder heeft de politiezone, volgens de informatie van de Regie der Gebouwen, nooit het federaal gebouw gedeeltelijk bezet, en dient er bijgevolg geen bezettingsvergoeding betaald te worden.
Tot slot kan ik u meedelen dat er bij de Regie der Gebouwen nog gevallen met een gelijkaardige problematiek betreffende de bodemsanering bestaan, bijvoorbeeld de vroegere rijkswachtkazerne in de Korte Vlierstraat in Antwerpen. Bij verkoop dient in dat geval een uitdrukkelijke toestemming tot overdracht van OVAM verkregen te worden. Net zoals voor alle andere dossiers is het de betrachting van de Regie der Gebouwen dat ook dit verkoopdossier zo snel mogelijk gerealiseerd wordt, maar wij zijn bezig met een zeer specifieke en lange procedure.
Michel Doomst: Mijnheer de minister, het is natuurlijk zo dat vijf tot zes jaar voor een dergelijke transactie enorm lang is.
Ik neem akte van het feit dat in dit geval ook op OVAM wordt gewacht. Betekent een positief antwoord van OVAM dan dat de rest van het dossier snel kan afgehandeld worden?
Minister Didier Reynders: Ja, dat heb ik gezegd. Maar hoe dan ook, bij een negatief antwoord gaan wij weer naar een nieuwe procedure.
Michel Doomst: Ik denk dat wij er toch voor moeten zorgen dat de procedures met betrekking tot de Regie der Gebouwen sneller en veel daadkrachtiger moeten kunnen gebeuren.



Michel in beeld

Meer foto's