niet-begeleide minderjarige vreemdelingen
Vraag aan Minister van Justitie De Clerck op dinsdag 23 maart 2010
Michel Doomst: Mevrouw de voorzitter, mijnheer de minister, ongeveer elk jaar zou over nagenoeg de helft van de 1 500 niet-begeleide minderjarige vreemdelingen die naar een opvangcentrum met open regime worden overgebracht, een verdwijningsdossier worden geopend. Een aantal verdwijningen zou zelfs onrustwekkend zijn.
Blijkbaar is de identificatie van deze jongeren een van de grote problemen. Als denkpiste werd het gebruik van de vingerafdruk voor de vereenvoudiging van de identificatie vooropgesteld. In november 2008 is er een samenwerkingsprotocol ondertekend dat ook ging over de manier waarop die verdwijningsdossiers uit observatie- en oriëntatiecentra zouden worden behandeld. Een protocol over de maatregelen wat betreft het vatten van de minderjarigen, het identificeren en de werkwijze die daarna moet worden gevolgd, werd in het vooruitzicht gesteld. De werkgroep die het protocol heeft voorbereid zou al een aantal keren zijn samenkomen om dat te evalueren. De bedoeling was om de toepassing op het terrein te volgen en te zien waar verbeteringen konden worden aangebracht.
Wat is de stand van zaken van dat samenwerkingsprotocol? Zijn er resultaten geboekt? Wat zegt de evaluatie? Wat is de stand van zaken voor het gebruik van de vingerafdruk? Hoeveel buitenlandse jongeren werden er in 2009 geplaatst? Hoeveel werden er naar observatie- en oriëntatiecentra overgebracht? Hoeveel verdwijningen zijn er vastgesteld? Hoeveel daarvan waren onrustwekkend?
Minister Stefaan De Clerck: Mevrouw de voorzitter, op 22 oktober 2009 waren alle partners het erover eens dat het misschien nog te vroeg was om het samenwerkingsprotocol te evalueren. Daarom werd beslist om de evaluatie met zes maanden uit te stellen. In die periode kwam een miniwerkgroep bijeen die zich boog over de eenduidigheid van de formulieren om verdwijningen te melden en om de criteria voor onrustwekkende verdwijningen te fixeren. De evaluatievergadering zal op 24 maart 2010 plaatsvinden.
De ervaring leert dat jongeren die verdwijnen een bijzonder profiel hebben. Zij wensen het Verenigd Koninkrijk te bereiken door te trachten aan boord te geraken van een ferry in de havens aan de Belgische kust. Of ze zijn van Roma of Mahrebijnse origine en wensen niet in een opvangcentrum te verblijven. Zij keren terug naar hun milieu. Daarover bestaat veel onduidelijkheid. Deze fenomenen tonen aan dat er nood is aan een aangepaste opvangstructuur die gepast op dergelijke situaties kan reageren.
Van alle jongeren die zich bij de dienst Vreemdelingenzaken melden worden er vingerafdrukken genomen. Van 95 % van de door de politie geïntercepteerde jongeren wordt vingerafdrukken genomen. Het probleem is dat deze vingerafdrukken niet voor de bescherming van jongeren kunnen worden gebruikt.
Ook de vingerafdrukken die bij de DVZ worden genomen, mogen niet gebruikt worden in gerechtelijke procedures. Er zitten daar muren tussen.
De vingerafdrukken die in de politionele databank terechtkomen zijn niet consulteerbaar door andere diensten. Harmonisering en verder overleg hierover zijn noodzakelijk.
In 2009 werden 2 559 personen onder de hoede geplaatst van dienst Voogdij. 994 personen werden naar een opvangcentrum van Fedsasil georiënteerd, waarvan 434 naar een observatie- en oriëntatiecentrum en de overige naar een regionaal centrum van Fedasil of een lokaal onthaalinitiatief.
Gelet op de opvangcrisis dienen zekere reserves genomen te worden met betrekking tot het eerste verblijfadres. Volgens de informatie waarover de dienst Voogdij beschikt, waren er 349 verdwijningen, waarvan 16 onrustwekkende.
Ik heb daarnet ook nog andere cijfers gegeven in antwoord op een vraag van mevrouw Genot. Ik kan u daarvan nog een kopie geven.
Michel Doomst: Mijnheer de minister, de cijfers bewijzen dat het inderdaad een reële en wellicht nog groeiende problematiek is. In die zin is het goed afstemmen van de verschillende diensten zeer belangrijk.
Ik kijk uit naar het resultaat van de werkgroep die blijkbaar vandaag zich daarover zal buigen en waardoor wij waarschijnlijk binnenkort opnieuw een stand van zaken krijgen.


Michel in beeld
Meer foto's