mislukte repatriëringen
Vraag aan staatssecretaris voor Asiel & Migratie Wathelet op woensdag 21 april 2010
Michel Doomst: Mijnheer de voorzitter, mijnheer de staatssecretaris, in 2007 zijn ongeveer 9 000 illegalen uitgewezen, maar een kwart van de repatriëringen zou mislukt zijn. Als voornaamste reden wordt opgegeven dat men de identiteit van die mensen onvoldoende kan aantonen. Verschillende landen zouden ook slecht of niet meewerken aan de toegang voor uitgewezen asielzoekers. Het aantal mislukte repatriëringen, bijvoorbeeld door fel verzet, zou daardoor drastisch zijn gedaald.
Sinds deze legislatuur loopt er ook een project om tot een unieke identificatie te kunnen komen door de informatie over de identiteit met de verschillende bestaande databanken op het niveau van de Dienst Vreemdelingenzaken, Justitie en politie met elkaar te vergelijken.
Ik wil u vragen welke stappen en maatregelen er daaromtrent in de voorbije periode zijn genomen. Wat is de stand van zaken van de databanken? Hoe is die werking geëvolueerd?
Kunt u cijfers geven over het aantal uitgeprocedeerde asielzoekers in 2008 en 2009? In hoeveel gevallen was de reden het onvoldoende kennen van de nationaliteit?
Met hoeveel landen heeft België momenteel een samenwerkingsakkoord?
Wat zijn eigenlijk de meest voorkomende nationaliteiten waarvoor de terugname in het land van herkomst wordt geweigerd?
Staatssecretaris Melchior Wathelet: Mijnheer de voorzitter, mijnheer Doomst, met betrekking tot de organisatie van de repatriëring werden verschillende delegaties ontvangen, onder meer uit Wit-Rusland, Mongolië en Brazilië, en werden preventiecampagnes opgestart, onder meer voor Congo en India. Protocollen werden ondertekend, onder meer ter uitvoering van het EU-re-admissieakkoord. Memoranda of Understanding, MOU’s, werden ook ondertekend, onder meer met Kosovo.
Het project om tot een unieke identificatie te komen, bevindt zich momenteel in de analysefase, meer bepaald de kwetsbaarheidsanalyse, dat de zwakke plekken in het systeem wil identificeren. De databank met vingerafdrukken van illegale vreemdelingen was reeds op 1 januari 2008 operationeel.
De evaluatie is zeker en vast positief te noemen. DVZ tracht deze databank verder te optimaliseren door synergie te zoeken en verder samen te werken met de federale politie.
In het jaar 2008 en 2009 werden respectievelijk 3 644 en 3 443 vreemdelingen gerepatrieerd. De repatriëring bestaat ook uit verwijderingen naar derdelanden in het raam van de bilaterale Dublinprocedure via de lucht.
Het aantal mislukte repatriëringspogingen wegens weigeringen van vertrek of andere redenen bedroeg in 2008 en 2009 respectievelijk 1 166 en 1 436. Het kan dus voorkomen dat voor een vreemdeling meerdere pogingen zijn mislukt. Soms wordt een repatriëring ook geannuleerd wegens nieuwe procedures: gerechtelijke procedures, ziekte enzovoort. Het is echter niet omdat een repatriëring in eerste instantie mislukt, dat ze mislukt na de organisatie van een escorte. Voor de helft van de vertrekweigeraars of mislukte repatriëring wordt een escorte georganiseerd, wat meer slaagkansen heeft.
Het is moeilijk vast te stellen hoeveel identificaties mislukten door het niet kennen van de nationaliteit. Niet-identificatie heeft tot gevolg dat er zelfs geen repatriëringspoging zal worden gepland. Het is wel zo dat in vele dossiers de identificatie uiteindelijk toch wordt bereikt, nadat de vreemdeling werd vrijgesteld. Voor sommige landen duurt het identificatieproces immers lang omdat alles in het land zelf gecontroleerd dient te worden. Indien de DVZ een positieve identificatie ontvangt, nadat de vreemdeling is vrijgesteld, kan dit, voor zover deze persoon nog steeds in illegaal verblijf is en hij of zij nog aangetroffen wordt, alsnog leiden tot een repatriëring.
België heeft sedert 2006 met 6 landen een memorandum of understanding afgesloten. Met 7 landen lopen nationale onderhandelingen voer memoranda of understanding over re-admissie. Ik wil erop wijzen dat een samenwerkingsakkoord niet noodzakelijk is aangezien met bepaalde landen goed wordt samengewerkt in het raam van de re-admissie zonder het bestaan van een formeel akkoord.
Een land weigert de terugname wanneer haar onderdanen niet toestemmen met een repatriëring. Het gaat hierbij over Iran.
Michel Doomst: Mijnheer de staatssecretaris, ik dank u voor het heel concrete antwoord.
Ik neem aan dat de kwetsbaarheidsanalyse van de unieke identificatie niet heel lang meer zal duren en dat wij erop mogen rekenen dat dit nog dit jaar kan worden afgerond?


Michel in beeld
Meer foto's