Michel Doomst, Burgemeester van Gooik & Federaal Volksvertegenwoordiger

het rijksregister als postbode tussen DVZ en justitie

Vraag aan Minister van Justitie De Clerck op dinsdag 23 maart 2010

Michel Doomst: Mevrouw de voorzitter, mijnheer de minister, naar aanleiding van het gebeuren, vorig jaar, rond Oekraïense daders in de zaak Simon Wijffels, werd er een werkgroep opgericht om de mogelijkheid te onderzoeken — volgens mij heel nuttig — om het Rijksregister te gebruiken als een soort van postbode tussen de Dienst Vreemdelingenzaken en Justitie. De bedoeling was om de situatie te analyseren en ook om na te gaan of daar met alle betrokkenen tot een sluitende oplossing kon worden gekomen.

Wat is de stand van zaken? Wat leert de analyse van de situatie? Kunnen er al verbeteringen en aanpassingen worden aangereikt?

Minister Stefaan De Clerck: Mevrouw de voorzitter, mijnheer Doomst, ook dit is een opvolgingsvraag.

Het klopt dat er een werkgroep werd opgericht om oplossingen voor te stellen teneinde te vermijden dat dergelijke gebeurtenissen, zoals de feiten in het dossier Simon Wijffels, zich opnieuw zouden voordoen. Die werkgroep heeft een ontwerp van rondzendbrief opgesteld. Het College van procureurs-generaal heeft mij die recent bezorgd. Het gaat om een gemeenschappelijke rondzendbrief van de minister van Justitie, de minister belast met Migratie en Asielbeleid en het College van procureurs-generaal betreffende de gegevensstromen tussen het openbaar ministerie en de Dienst Vreemdelingenzaken.

De komende dagen, in de nalezing van dat document, zal ik de rondzendbrief bezorgen aan de staatssecretaris voor Migratie en Asielbeleid, om zijn akkoord te bekomen over de inhoud van die tekst.

Na ondertekening door de drie partijen zal die rondzendbrief ingevoerd worden bij de Dienst Vreemdelingenzaken, bij de parketten en bij de auditoraten.

Er zijn twee doelstellingen.

Ten eerste, in zaken waarbij al dan niet in het Rijk verblijvende vreemdelingen betrokken zijn, het openbaar ministerie toe te laten steeds de meest recente en accurate informatie over de administratieve verblijfstoestand van de vreemdeling te beschikken.

Ten tweede, zoveel mogelijk te vermijden dat een gerechtelijke beslissing of de afloop van een vervolging of van een civiele procedure waarbij het openbaar ministerie betrokken is, zou worden doorkruist door de gevolgen van een beslissing van de DVZ.

Michel Doomst: Mijnheer de minister, bedankt voor de opvolging, die in dit geval heel concreet is door die rondzendbrief. Ik vermoed dat we die zeker rond Pasen zullen krijgen


Michel in beeld

Meer foto's