Michel Doomst, Burgemeester van Gooik & Federaal Volksvertegenwoordiger

de detentieduur

Vraag aan staatssecretaris voor Asiel & Migratie Wathelet op woensdag 21 april 2010

Michel Doomst: Mijnheer de voorzitter, mijnheer de staatssecretaris, door de wet van december 1980 mag de dienst Vreemdelingenzaken over de detentie van een vreemdeling beslissen, zij het enkel voor de duur die echt nodig is voor de uitvoering van een uitwijzingsmaatregel.

Normaal bedraagt de bedoelde duur twee maanden. Indien de noodzakelijke stappen voor de uitwijzing van de betrokkene in de loop van zeven werkdagen vanaf het moment dat de vreemdeling werd opgesloten, werden ondernomen, kan voornoemde termijn eventueel met twee maanden worden verlengd. Na vier maanden detentie kan enkel de minister de detentieperiode nog verlengen.

Een andere zaak is dat de detentieduur soms onbeperkt is. Wanneer een gedetineerde bij een uitwijzingspoging weerstand biedt, neemt DVZ een nieuwe beslissing tot detentie.

De problematiek waarvan sprake is blijkbaar al meermaals op Europees niveau besproken.

Daarom heb ik de volgende vragen.

Wat was de voorbije jaren de gemiddelde detentieduur?

Hoeveel verlengingen zijn er ter zake effectief door de staatssecretaris bevestigd?

Welke vorderingen in de problematiek werden het voorbije jaar gemaakt?

Welke maatregelen werden reeds getroffen om de omstandigheden te verbeteren?

In welke mate wordt de problematiek nog nader op Europees niveau besproken?

Staatssecretaris Melchior Wathelet: Mijnheer Doomst, als u het mij toestaat, zal ik u het antwoord op uw eerste en tweede vraag schriftelijk geven. Het neemt enige tijd in beslag als ik de cijfers hier citeer.

U vroeg naar de maatregelen om de centra meer humaan te maken. In 2009 werd een budget in het leven geroepen om de levensomstandigheden in de centra te verbeteren. De bedoeling was een aantal budgettaire injecties te geven op het vlak van de verfraaiing van de centra en van de organisatie van de activiteiten. In alle centra werden met dit geld schilderwerken uitgevoerd. Verder werd er voor ongeveer 84 000 euro aan duurzame goederen aangekocht. Iets meer dan 60 000 euro werd besteed aan kleinere projecten voor de bewoners.

Voorts werd het gebruik van de gsm in de vleugels ook in alle centra versoepeld. Er is een gsm van het centrum vrij beschikbaar, en elke bewoner kan gebruikmaken van zijn eigen SIM-kaart.

Wat de uitbreiding van de activiteiten van de bewoners betreft, staan twee personeelsgroepen in voor het organiseren van activiteiten tijdens hun verblijf. Leerkrachten verzorgen educatieve activiteiten. Opvoeders verzorgen alle andere soorten activiteiten: recreatief, creatief, cultureel of sportief.

Voor de optimalisering van de opvang van specifieke bewonersgroepen worden in het raam van het moderniseringsproject ter zake initiatieven genomen om de humane opvang van de bewoners efficiënter te garanderen. Er zijn zowel centruminterne als centrumexterne initiatieven. Ik geef als voorbeeld van centrumexterne activiteiten dat bewoners die niet in centra kunnen worden opgevangen een gepaste zorgverstrekking en omkadering ontvangen buiten het centrum.

Op Europees niveau wordt de duur van bewaring vermeld in artikel 15 van richtlijn 2008/115/EG die voor 24 december 2010 moet worden omgezet door de lidstaten. Dit is de zogenaamde “directive retour.”

Het eerste lid bepaalt het volgende: “Tenzij in bepaalde gevallen andere afdoende maar minder dwingende maatregelen doeltreffend kunnen worden toegepast, kunnen de lidstaten de onderdanen van een derde land jegens wie een terugkeerprocedure loopt alleen in bewaring houden om zijn terugkeer voor te bereiden en/of om de verwijderingprocedure uit te voeren.

Dat geldt met name indien er risico op onderduiken bestaat of de betrokken onderdaan van een derde land de voorbereiding van de terugkeer of de voorbereidingsprocedure ontwijkt of belemmert. De bewaring is zo kort mogelijk en duurt niet langer dan de voortvarend uitgevoerde voorbereiding van de verwijdering”.

In het 5de lid wordt het volgende voorzien: “De bewaring wordt gehandhaafd zolang de in lid 1 bedoelde omstandigheden zich voordoen en zij noodzakelijk is om een geslaagde verwijdering te garanderen. Iedere lidstaat stelt een maximale bewaringsduur vast, die niet meer dan zes maanden mag duren”.

Het 6de voegt daaraan nog het volgende toe: “De lidstaten kunnen de in lid 5 bedoelde termijn overeenkomstig de nationale wetgeving slechts in beperkte mate en ten hoogste met nog eens 12 maanden verlengen indien de verwijdering, alle redelijke inspanningen ten spijt, wellicht meer tijd zal vergen omdat de betrokken onderdaan van een derde lidstaat niet meewerkt of de nodige documentatie uit derde landen op zich laat wachten”.

Michel Doomst: Mijnheer de voorzitter, mijnheer de staatssecretaris, wij zullen dus dit jaar de Europese richtlijn omzetten. Ik kijk ook uit naar de cijfers en ik bedank u omdat u die wilt bezorgen.

Staatssecretaris Melchior Wathelet: Ik heb de gemiddelde duur en het aantal verlengingen ter beschikking.


Michel in beeld

Meer foto's